Buikspierkwartier…

“Doe je ook mee straks?” Een warm welkom als ik de sportschool binnen loop. Maar meedoen met wat? Mondi wijst naar de muur. Daar hangt een briefje: buikspierkwartier. Elke maandag, woensdag en vrijdag.

Natuurlijk doe ik mee. Eerst even een kwartiertje fietsen, zodat mijn spieren warm zijn. Dat kan precies. Ik stap op de hometrainer en een kwartiertje later zijn mijn spiertjes soepel. Ik loop achter de anderen aan naar boven, waar we allemaal een matje pakken.


Het buikspier kwartier wordt vandaag voor het eerst gegeven, door eigenaar Dominique. We mogen op onze rug liggen. Dat klinkt goed! Maar dat is niet alles natuurlijk. Met enkel op de rug liggen zet je je spieren niet aan het werk.

We moeten de handen onder de billen leggen, het bovenlichaam iets oprichten en dan de benen recht vooruit, een klein stukje boven de grond houden. Klinkt simpel, maar het wordt best zwaar. Ik weet niet hoe lang we deze houding vast moeten houden, maar voor mijn gevoel lig ik al vijf minuten als er gezegd wordt dat we op de helft zijn. Wat? Op de helft pas? Na een kwartier (zo voelt het ten minste; in werkelijkheid zal het misschien één minuut geweest zijn) mogen we even rusten, om dan dezelfde houding weer aan te nemen. En nóg een keer…

Zo volgen er meer oefeningen in dezelfde basishouding. Een fietsbeweging met de benen, een schaarbeweging met de benen, benen op en neer boven de grond en ook nog even de benen recht de lucht in gooien. 

Dan mogen we omdraaien. Vermoeid liggen we op onze buik, nahijgend van de inspanning. Maar het kwartier is nog niet voorbij… vanuit plankhouding brengen we de rechterknie naar de linker elleboog. Drie keer. En dan de andere knie. En dat drie keer herhalen. Dan om en om: rechter knie naar rechter elleboog en linkerknie naar linker elleboog. Hoe ik ook mijn best doe, die knie komt niet in de buurt van mijn elleboog. Ben ik te stijf? Zijn mijn benen te kort of is mijn bovenlichaam te lang? Hoe ik ook mijn best doe, die knie blijft mijlenver bij mijn elleboog vandaan…

Dan volgen nog wat crunches, schuine crunches en crunches met een trainingsmaatje: benen om elkaar heen en tegelijk omhoog komen om elkaars rechter elleboog  te raken, liggen, omhoog komen en linker elleboog raken, liggen, omhoog komen en rechter… afijn, je begrijpt het wel. Als we hiermee klaar zijn, denk ik dat het buikspierkwartier voorbij is, maar Dominique heeft nog een toetje. Weer in tweetallen. Nummer 1 ligt op de rug op de grond en pakt de enkels van nummer 2 (die bij het hoofd van nummer 1 staat) vast. Nummer 1 gooit de benen omhoog en nummer 2 duwt de benen van 1 zo hard mogelijk naar beneden. Voordat de voeten de vloer raken, moet 1 zijn benen weer onder controle hebben en weer omhoog gooien. Dit doen we 25 keer en dan ruilen we van positie.

Als het buikspierkwartiertje voorbij is, loop ik naar beneden om de rest van mijn sportschema te volgen. De buikspiertraining was pittig. Ik ben nog maar een uur aan het sporten, maar het voelt alsof ik al anderhalf uur bezig ben. Mijn buikspieren zijn vandaag goed aan het werk gezet in dat kwartiertje, ik sla daarom de andere buikspieroefeningen maar over. 

Met een voldaan gevoel verlaat ik na afloop van de training de sportschool. Ik ben benieuwd hoe ik mij morgen voel (of overmorgen: spierpijn komt vaak pas twee dagen later), maar voor nu voel ik mij goed!

Terug bij af?

Twee stappen vooruit, één stap terug. Dat lijkt de laatste paar jaar mijn credo. Was ik net lekker bezig met het opbouwen naar grote afstanden hardlopen, gooit een blessure roet in het eten en kan ik na een paar weken weer opnieuw beginnen. Sinds vorig jaar kan ik zelfs helemaal niet meer hardlopen en in mijn zoektocht naar een nieuwe sportieve uitdaging, ben ik in de sportschool beland.

Krachtoefeningen om mijn knie soepel te houden, krachtoefeningen om de rest van mijn lichaam sterk te krijgen en te houden, evenwichtsoefeningen om mijn stabiliteit te verbeteren en natuurlijk cardio om mijn conditie op peil te houden en mijn gewicht stabiel te houden.

Ik geniet er niet zo van als ik kon genieten van volleyballen of hardlopen, maar het houdt me van de straat. Ik kan er mijn energie kwijt en ik kan mezelf uitdagen, mezelf verbeteren. Dat lukte aardig. Ik kon na hard (maar voorzichtig…) trainen 32 kilo wegdrukken (leg press) met één been, of 25 kilo omhoog drukken (leg extension) met één been. Kon, inderdaad. Want drie weken geleden ging ik met mijn fiets onderuit en ik kwam terecht op mijn (versleten) knie. Dikke knie, stijve knie, en terug bij af.

Gelukkig gaat het herstel nu sneller dan vorig jaar. Ik kan inmiddels mijn knie weer buigen en ik probeer me weer te vermaken in de sportschool. Maar wat is dat frustrerend. Waar ik drie weken geleden 32 kilo met één been weg drukte, zit ik nu op 4,5 kilo met één been. En waar ik met één been 25 kilo omhoog drukte, zit ik nu p 10 kilo met twee benen.

Ik weet wel dat het wel weer terug komt, met veel trainen en vooral rustig opbouwen, maar leuk is anders. Toch ga ik weer trouw naar de sportschool. Ik wil mijn energie kwijt kunnen, ik wil mijn conditie op peil houden en ja, ik vind het leuk, dat sporten!

 

Leg curl en calfs raise

Tags

Zes weken sport ik inmiddels bij Westenholte Fysio en Fitness. Tijd voor een evaluatie van mijn schema dus. Samen met Dominique doorloop ik mijn schema.

In het schema staan de apparaten die ik gebruik en ik heb steeds bijgehouden welk gewicht ik gebruik, hoe vaak ik de oefening doe en hoe vaak ik de serie herhaal. Het ziet er goed uit, constateert Dominique.

“Ik zie dat je de leg curl een paar keer hebt overgeslagen…” Dat klopt, mijn linker kuit werd wat gevoelig, op de plek waar ik jaren geleden een zweepslag gehad heb, reageer ik. “Oh, dan is het misschien goed om de kuiten wat te trainen. We kunnen de calfs raise nog in je schema opnemen”, oppert Dominique. 

Calfs raise… Klinkt leuk… Dominique neemt me mee naar het apparaat om gewrichten te heffen. Uhm… Dan bukt hij zich en pakt een plankje. Oooh, dat ken ik. Daar mag ik op mijn tenen op staan en dan laat ik mijn hakken zakken tot onder de rand, om vervolgens zo hoog mogelijk op mijn tenen te gaan staan. Die heb ik na mijn zweepslag thuis ook gedaan, op de trap…

Calfs raise wordt dus op het schema bijgeschreven: 3 à 4 series van 15 tot 20 raises. Het wordt wel een vol schema zo… Maar gelukkig hoef ik natuurlijk niet elke training álle oefeningen van het schema af te werken…

We gaan verder met het schema bekijken. “Je bent lekker aan het opbouwen zie ik. Bij de leg extension heb je het gewicht verhoogd en bouw je het aantal op, maar bij de leg press sta je stil. Daar mag je ook wel uitbreiden.” 

Tja, die legpress is zoooo zwaar. Daar heb ik echt moeite om vier keer 15 vol te krijgen, maar ik besluit de volgende keer toch maar eens series van 16 te maken. Als het lukt…

De lunges gaan ook goed, constateert Dominique. Al een paar weken lukt het me om vier series van 20 te maken, terwijl ik de eerste keer al moeite had met twee series van 10… “Daar kunnen we wel een gewichtje aan toevoegen. Gewoon, in elke hand twee kilo, dan maak je het iets zwaarder.” Okeee. Gaan we proberen, maar niet meteen vandaag. Met die calfs raises en de uitbreiding naar 16 bij de legpress wordt het al zwaar genoeg, denk ik.

De crosstrainer en hometrainer doe ik elke keer braaf: tien minuten fietsen en vijftien of twintig minuten cross. Dat is goed. Toch heb ik zelf nog wel een vraag over de hometrainer. In mijn schema staat dat ik het programma cardio moet selecteren. Dat doe ik braaf en als ik al mijn gegevens ingevuld heb, komt er een streefhartslag van 142 uit. Maar dat haal ik niet. Ik trap me helemaal lens, heb het idee dat mijn benen gewoon niet sneller rond kunnen draaien, maar ik kom niet verder dan 110…

Ik krijg de tip om dan eens te beginnen met de crosstrainer, en daarna de hometrainer te doen. Dan is mijn hartslag al hoger bij het begin en kom ik gemakkelijker bij mijn streefhartslag. Ja… Maar ik zie die crosstrainer juist als een toetje. Dat is het leukste apparaat in de sportschool. Daar eindigen vind ik prettig. “Dan begin je met 5 minuten crosstrainer, daarna 20 minuten hometrainer. En dan kan je alsnog afsluiten met een kwartiertje crosstrainer als je klaar bent met de andere apparaten”, oppert Dominique. 

Zo gezegd, zo gedaan. Ik leg het schema naast mij neer, leef me 5 minuten uit op de crosstrainer stap daarna op de fiets. En warempel, ik bereik mijn streefhartslag!

Ik werk me nog even uit de naad op de andere apparaten, waarbij ik besluit dat ik niet zowel calfs raises als leg curl op één trainingsdag doe. Vandaag de kuiten aanpakken. Dat is al pittig genoeg. Na een uurtje heb ik op één na alle apparaten gehad. Beide crosstrainers zijn bezet, dus ik moet even geduld hebben. Geeft mij de gelegenheid om weer even op adem te komen en mijn bidon bij te vullen. Dan komt mijn lievelingsapparaat vrij en ik leef me nog even uit.

Moe maar voldaan keer ik na twee uurtjes weer huiswaarts. Ik ben benieuwd hoe mijn kuiten zich morgen houden…

Sportschool (n)iets voor mij?

Patsertjes die hun opgepompte lichaam showen… Modepopjes die pronken met hun dunne lijven… Mensen met overgewicht die met bloed, zweet en tranen proberen hun lichaam weer in vorm te krijgen… Zwetende lichamen, steunende en kreunende sporters… Nee, een sportschool is niets voor mij!

Ik geniet liever van de frisse buitenlucht. Voor mij geen rekening houden met openingstijden, maar vertrekken als het mij uitkomt. Geen last van andere sporters die net dat ene apparaat pakken waar ik mee had willen werken, want buiten is altijd plek voor mijn training. Geen uitzicht op dikke konten, maar op fladderende vlinders, scherende zwaluwen, huppelende konijnen… En ondertussen doe je nog een mooi kleurtje op en breng je je vitamine D op peil. 

Maar ja, dan moet je wel kúnnen hardlopen. En laat dat nou net niet meer gaan… En dus sleep ik me sinds kort meerdere keren per week naar de sportschool. Geen massaal fitnesscentrum met patsers en modepopjes, maar een knusse sportschool in de wijk, waar vooral ‘normale’ mensen komen. Waar veel bekenden komen. En dus is het nog best gezellig ook. 


Vanochtend was ik mooi op tijd in de sportschool. Met een kopje koffie in de hand wordt eerst het nieuws van de dag besproken met de andere sporters. De mislukte staatsgreep in Turkije is het gesprek van de dag. Als de koffie op is en de wereldpolitiek besproken, is het tijd voor de training. Ik pak mijn schema en loop naar de fiets. Eerst maar eens tien minuten trappen om warm te worden. Daarna volgen apparaten om de spieren rond mijn knie sterker te maken: de leg press, leg extension en leg curl. Ook de rest van mijn lichaam wordt aangepakt, met apparaten  voor buikspieren, rugspieren, schouders en kuiten. Daarnaast mag ik op één been op een halve bal balanceren en lunges doen om mijn stabiliteit te verbeteren. 

Ik sluit mijn ochtend sportschool af met 20 minuten op de crosstrainer. Het is mijn favoriete apparaat, want het lijkt wat op hardlopen. Goed, ik loop niet buiten, geen zon op mijn hoofd (of regen), geen mooi uitzicht tijdens het lopen, geen frisse lucht… Maar de beweging lijkt wel wat op hardlopen. Maar dan zonder die enorme belasting op mijn knie.

Nog steeds loop ik liever hard in de natuur, maar dat gaat niet meer door die stomme knie van mij. Die knie die ouder is dan ik ben. Ik moet het hardlopen dus maar uit mijn hoofd zetten. Niet meer aan denken. Focussen op dat wat ik wél kan. En dat is de sportschool. En ach, zo erg is dat nog niet. Dat rekening houden met openingstijden, dat went wel. En die wachttijden bij de apparaten? Die vallen heel erg mee. Ik sport bij een kleine, knusse sportschool, waar het niet overdreven druk is. 

Na twee uurtjes sporten verlaat ik de sportschool. Moe, maar voldaan. Ik sport weer. En dat heb ik vijf maanden moeten missen. Dus die sportschool? Dat is toch wel iets voor mij! 

Het loopt op rolletjes…

Tags

Daar staat ‘ie dan. Rood en glimmend, klaar voor een proefrit door de omgeving van Putten. Anthony vult een bidon met water en laat ‘m in de houder glijden. Ik start de endomondo-app op mijn telefoon en bind het fietsstuurtasje met mijn telefoon erin aan het stuur. En dan is het tijd om op te stappen. Samen met Diana ga ik een testrit van ongeveer een uurtje maken. Ik ben heel benieuwd!

“Het opstappen gaat net zoals op een fiets. Je ene voet boven, dan maak je wat vaart en zet je je andere voet neer. En net als bij de modernere stadsfietsen of toerfietsen heb je acht versnellingen.” Ook de bel ontbreekt niet.

Toch is het geen fiets, dat hier voor me op de staat, maar een ElliptiGo. Een apparaat dat eruit ziet als een kruising tussen een step en een fiets. Of, voor de sportschoolgangers, een crosstrainer, maar dan met wielen. 

‘De ElliptiGo is een toestel dat het hardlopen simuleert, maar dan zonder de schadelijke impact op spieren en gewrichten. De ElliptiGo is geschikt voor iedere sportieveling. Het maakt niet uit of je nu een recreatieve sporter of professioneel marathonloper bent. De ElliptiGo biedt een gezonde efficiënte cardiovasculaire cross-training, ook voor geblesseerde sporters die toch hun conditie op peil willen houden.’ (Bron: Run on wheels)                                                    

Dat klinkt alsof het gemaakt is voor mij, dus via de website van ElliptiGo Benelux heb ik me aangemeld voor een testrit. En vandaag is het zover. Ik meld me om 8.30 uur bij Run2Go in Putten en een kwartiertje later gaan we op weg. Hardlopen op rolletjes…

Ik zet de rechter voetstep omhoog en stap erop. Vaart maken en linkervoet neerzetten en gaan! De eerste paar rotaties gaan wat onwennig. Ik presteer het zelfs om opeens achteruit te ‘trappen’, maar dan heb ik de slag te pakken. De beweging lijkt op hardlopen; het gaat allen wat sneller. Het schakelen vraagt nog even wat aandacht. Ik ben bij mijn fiets gewend dat ik bovenaan het handvat van mijn stuur de handgreep van de versnelling moet draaien. Omhoog voor een zwaardere versnelling, naar beneden voor een lichtere. Deze versnelling werkt net wat anders: bovenaan het stuur zit een hendel en als ik die indruk, ga ik naar een zwaardere versnelling; aan de onderkant van het stuur zit een kleiner hendeltje om naar een lichtere versnelling te gaan. Regelmatig grijp ik naast de hendel als ik wil schakelen. Lastig, als je naar een lichtere versnelling wil omdat de weg omhoog gaat…

Ik geniet tijdens de testrit op de ElliptiGo. Heerlijk trainen, dit voelt aan als echte inspanning. Binnen de kortste keren heb ik het goed warm en mijn hartslag gaat lekker omhoog. Dat gevoel dat je bij een goede hardlooptraining ook krijgt, maar wat ik mis tijdens mijn fietstochtjes. Eindelijk weer eens sporten, na 5 maanden niets gedaan te hebben. Ik wil vaker!


Na een uurtje flink doorrennen (hoewel we een paar pauzes hebben ingelast; mijn conditie is in die vijfenhalve maand toch duidelijk achteruit gegaan) zijn we weer terug bij ons beginpunt. Ik krijg een folder mee en verlaat het huis van Diana met een heerlijk gevoel. 


Als ik wat later door het foldertje blader, verdwijnt dat heerlijke gevoel wel een beetje. Zo’n ElliptiGo is wel schreeuwend duur. Zelf eentje aanschaffen gaat ‘m niet worden helaas. Gelukkig zit er een bedrijfje in de buurt waar ze die dingen verhuren. Misschien moet ik dat maar doen…

Rondje Kampereiland

Het is mooi weer! Perfecte omstandigheden voor een fietstocht!

Ik wil vandaag een rondje IJssel fietsten: over de dijk richting Kampen, de Molenbrug over een aan de andere kant van de IJssel over de dijk terug, om bij Hattem de IJssel weer over te steken om thuis te komen..

Manlief wil ook mee en we gaan op pad. De uiterwaarden staan mooi in bloei en zwaluwen scheren langs onze fietsten.
We passeren diverse ooievaarsnesten, allemaal zijn ze bezet door een broedende ooievaar. Ik ben benieuwd hoeveel jonge uivers er over een tijdje rondvliegen…

“We kunnen ook naar het pontje bij het Ganzendiep gaan. De route langs de IJssel kennen we wel”, oppert manlief als we vlakbij de Molenbrug zijn. Ik vind het prima, dus we fietsen onder de Molenbrug door.

Bij Kampen stoppen we even om van de skyline te genieten.

image

We fietsen langs camping Seveningen en rijden evenwijdig aan het Ganzendiep. Het is hier mooi. Kieviten vliegen af en aan, eenden en futen dobberen op het water en wij genieten van het uitzicht en het mooie weer.

image

image

image

Een tureluur loopt in het weiland, met een schuin oog in de gaten gehouden door twee kieviten. Op het moment dat wij passeren, vliegen de kieviten op en met een grote boog keren ze weer terug naar de plek waar ze zaten. Daar zit vast een nest…

We volgen het slingerende Ganzendiep en via het Kleemanspontje verlaten we  Kampereiland. Ook de Mandjeswaard biedt ons een wijds uitzicht.

image

image

image

image

Via Kamperzeedijk West willen we de polder Mastenbroek in, maar dat plannetje gaat niet op. Wegwerkzaamheden. We moeten omrijden. We zijn al bijna bij Genemuiden als we rechtsaf kunnen slaan naar Mastenbroek.

Via de Nieuwe Wetering en de Kerkwetering gaan we naar de Oude Wetering. Een lange rechte weg. Links weiland en rechts weiland.

image

image

Na ruim 41 kilometer komen we weer thuis. We hebben heerlijk gefietst. En nu is het tijd om in de tuin neer te ploffen en te genieten van de zon!

image

Koningsdag 2016

Koningsdag wordt dit jaar in Zwolle gevierd door de koninklijke familie. En hoewel ik niet zo heel veel met de Oranjes heb, is dit toch iets dat ik waarschijnlijk niet nog eens zal meemaken.

Na enige aarzeling (het zou koud en nat zijn vandaag, maar vooralsnog is het droog), gaan we toch de stad maar even in.

We zijn er vroeg, dan kunnen we mooi nog even wat drinken voor we ons onder het gepeupel mengen. We stappen De Vier Jaargetijden binnen en genieten van een drankje en een stuk appeltaart.

Dan blijkt dat we boven mogen zitten. Bij het raam hebben we een perfect uitzicht op de Melkmarkt, daar waar Willem-Alexander en Maxima met de hele reutemeteut langs komen.

image

Tja, lastige keuze: buiten achteraan aansluiten, in de kou, vier rijen dik staan, met weinig meer te zien dan de ruggen van alle mensen voor mij, of binnen in de warmte zitten, met perfect uitzicht…

We kiezen toch maar voor het laatste. En hebben zo zicht op de mensenmassa die zich buiten staat te verdringen om een glimp van koning, koningin, of prinsesjes op te vangen.

image

image

image

image

image

Koningin Maxima

image

Koning Willem-Alexander

image

Prinses Amalia

image

Prinses Alexia

image

Prinses Ariane

Nadat de koninklijke stoet voorbij is, stroomt de Melkmarkt snel leeg.

image

Het weer heeft zich goed gehouden: droog! We besluiten daarom nog even de stad in te gaan om de sfeer te proeven, want dat is toch wel iets dat je mist als je van achter glas de koninklijke tour bekijkt…

image

image

image

Geeft niets, droogt wel weer op!

Het is maandag, fietsdag. Maar vandaag ga ik toch rechtstreeks van mijn werk naar huis. Ten minste, dat dacht ik de hele dag. Het is erg buiig en fietsen in de regen vind ik nog erger dan hardlopen in de regen. Bovendien is het vakantie, dus hebben mijn dochters vandaag geen training en kunnen we een keer op tijd eten.

Maar op het moment dat ik op het punt sta om naar huis te gaan, krijg ik een appje: er is toch training, want officieel is het nog geen vakantie. Ik ga twijfelen. Zal ik dan toch maar een ommetje maken? Het is nu droog en ik heb tijd. Snel bedenk ik welke route ik ga nemen en ik ga op weg. Niet zo’n lange tocht als drie weken geleden, maar wel ongeveer die route.

Ik zet koers richting de Aa-landen en met een klein tripje door Park de Hogenkamp bereik ik het winkelcentrum. Ik fiets door richting sportpark Het Hoge Laar en zie een televisiewagen van RTV Oost bij het hockeyveld staan. Ze zijn aan het oefenen voor Koningsdag, lees ik later.

Het is nog steeds droog, maar in de verte zie ik donkere wolken. Ik besluit ze te negeren. Ik fiets de Mastenbroekerbrug op en aan de overkant van het Zwarte Water maak ik een mooie lus om op de Hasselterdijk te komen. Ik fiets langs het Zwarte Water en de Stadskolk en ik speur de waterkant af, op zoek naar kievitsbloemen. Want die groeien langs het Zwarte water, weet ik inmiddels uit ervaring. Maar óf ze groeien niet zo dicht bij de stad, óf ik fiets te hard (of te ver van de waterkant af) om ze te kunnen zien. Jammer…

Ook jammer dat het nu begint te druppelen. Ik sla af naar de Ruimzichtweg. Voorlopig regent het nog niet hard, gelukkig, maar het is goed donker in de verte. Ik sla af naar de Milligersteeg. De druppels worden nu toch wat groter en als ik naar rechts kijk, zie ik een donkere muur. In de verte hagelt het inmiddels, maar ik rij aan de goede kant van die muur. Links zie ik nog lichte lucht.


Het is inmiddels opgehouden met zachtjes regenen en ik besluit de laatste lus richting ‘s-Heerenbroek niet te maken. Ik kies nu de snelste weg terug, want ik ben inmiddels nat genoeg geregend. Mijn jas houdt het hemelwater niet meer tegen en ik voel mijn armen nat worden. Gelukkig ga ik naar huis; daar kan ik droge kleren aantrekken.

Als ik thuis kom, heb ik er 13,33 kilometer op zitten. Het is me vandaag niet gelukt om tussen de buien door te fietsen, maar ik heb wel de hagelbui ontweken. Ik ben blij dat ik toch een tochtje gemaakt heb, ook al ben ik nu tot op de draad nat, want zoals Herman Finkers zou zeggen: “Geeft niets, droogt wel weer op!”

Tussen de buien door

Het is 24 april. Lente. De vogels zijn druk met hun nestjes. Zomervakanties worden uitgezocht of zijn al geboekt. De natuur komt tot bloei en het is heerlijk om in de tuin te genieten van de voorjaarszon. Ja, in mijn dromen misschien. In werkelijkheid lijkt het wel herfst. Het is koud, nat en het regent. Als het ten minste niet hagelt of sneeuwt.

Op deze zondag (zullen we die dag maar omdopen tot regendag?) probeert de zon nog wel door de wolken heen te dringen, maar erg succesvol is ze niet. Als het dan ’s middags toch even droog is, nemen we het er maar meteen van. We stappen op de fiets voor een kort rondje in de buurt. Even doorwaaien, een frisse neus halen.

We fietsen richting ijsbaan en rijden door naar de Zalkerveerweg. Er staat een pittig windje, maar het is droog. Met de wind in de rug rijden we de dijk op, om de voortgang van de dijkverlegging te bekijken. De oude dijk is voor een groot deel weg gegraven en de rivier heeft zo inderdaad meer ruimte. De overstroombare brug is zo goed als klaar. Er moeten nog brugleuningen geplaatst worden en de aansluitende weg ligt er nog niet, maar verder…

De nieuwe dijk is al lang klaar, maar het wachten is nog op een fietspad over de dijk. Jammer dat dat pad er nog steeds niet is. We fietsen door naar het laatste stukje oude dijk. Onderaan die dijk ligt een asfaltweg, die niet op de dijk is aangesloten. We besluiten door het zand de dijk af te rijden, om te kijken waar die asfaltweg heen leidt. Er staan geen borden verboden toegang. Goed, de oude rioolbuis dwars over de weg ligt er vast niet voor niets, maar toch…


De weg wordt waarschijnlijk door de zandauto’s gebruikt om het afgegraven zand naar de zandschepen te vervoeren, vermoeden we. De weg loopt helemaal door naar de nieuwe dijk. We fietsen door, in de hoop dat we straks nog ergens de weg op kunnen, anders moeten we het hele eind tegen de wind in terug fietsen.

Op de nieuwe dijk staan we even stil. Wat doen we? Over het gras doorfietsen en er maar vanuit gaan dat we goed uitkomen, of nu al terug? In november heb ik met de loopgroep over de dijk gelopen. Toen lag bij de waterzuivering een stuk hek plat en konden we langs het hek de dijk op. Ik hoop dat dat nog steeds kan.


De fietstocht biedt een uniek kijkje op de nieuwe natuur. De nieuwe dijk gaat over op de oude dijk en hier fietsen we weer over verharde weg. We bereiken de waterzuivering en zien grote hekken, die niet alleen over de weg staan, maar ook langs de dijk naar beneden doorlopen. Aan beide kanten. Hmmmm…

Gelukkig zien we onderaan een opening in het hek. Een olifantenpad door het gras gaat naar die opening, er is dus al vaker gebruik van gemaakt. Nu alleen nog met de fiets de dijk af. En aan de andere kant van het hek weer op. Als we omkijken, zien we hier wel een duidelijk verkeersbord dat ons de toegang verbiedt. Maar ja, die stond er niet aan de andere kant…


Via de Zalkerveerweg fietsen we weer naar huis. Zesenhalve kilometer hebben we gefietst en we zijn precies op tijd binnen, want nog geen vijf minuten later regent het weer.

De wind in de rug

Maandag ben ik er niet aan toe gekomen om na mijn werk met een omweg naar huis te fietsen. Dat was wel het plan: elke maandag ga ik voortaan een kilometertje of twintig fietsen, maar deze dag lukte dat niet. Belangrijke afspraak…

Maar vandaag heb ik tijd. De was is gedaan, de boodschappen zijn binnen en het avondeten is voorbereid. Tijd om te fietsen (met dank aan mijn echtgenoot, die me een duwtje in de rug gaf). Ik hoef niet na te denken waar ik heen ga; mijn man heeft al voor mij gedacht. “Als je nu met de trein naar Meppel gaat, dan heb je de wind in de rug als je terug fietst”, adviseert hij me. Zo gezegd, zo gedaan. Op de computer teken ik nog wel eerst even de route naar huis uit, want ik weet dat ik niet hoef te vertrouwen op mijn richtingsgevoel.

Op het station laad ik een fietskaart op mijn OV-kaart een loop richting perron. Nog voor ik op het perron ben, dient zich de eerste uitdaging aan: de poortjes. Die zijn te smal om mijn fiets en mij tegelijk door te laten. Ik moet dus op de een of andere manier eerst mijn fiets door het poortje duwen, en er dan zelf achteraan gaan. Best lastig, als je niet zo lang bent. En dan maar hopen dat mijn stuur niet te breed is… Ik duw mijn fiets aan mijn zadel door het poortje. Het stuur heeft de neiging om om te slaan, maar het krappe poortje is hier mijn redding: het stuur kán niet anders dan recht blijven. En het poortje is nét breed genoeg voor mijn stuur.

Met een beetje wrikken bereik ik het perron. Nu nog naar het juiste spoor. Via de trap lijkt me een beetje te veel uitdaging: die trap is supersteil en ik vrees dat mijn fiets er halverwege de trap zonder mij vandoor zal gaan. Ik kies dus voor de lift. Die is net lang genoeg om mijn fiets te kunnen herbergen. Een vrouw met vouwfiets voegt zich bij mij in de lift. Ook zij vindt de trap te steil.


In de trein zoek ik een plekje voor mijzelf en mijn fiets op het balkon. De trein brengt me in een mum van tijd naar Meppel. Daar gelukkig geen poortjes. Wel een lift die naar wiet stinkt. Bah.

Het eerste stukje voert me door Meppel, langs een industrieterrein en door weilanden. Het is mooi hier. Ik fiets recht op de Omegelgde Meppeler Vaart af. Mijn plan was dat ik hier linksaf zou slaan. Een stukje langs de vaart naar een brug, om dan aan de andere kant van het water mijn tocht te vervolgen langs de vaart. Maar als ik naar links kijk, zie ik dat het asfalt over een meter of tien ophoudt. De weg gaat over in gras en mul zand. Rechtsaf slaan is geen optie, had ik al op de kaart gezien; dan stuit ik op water en daar is geen brug. Als ik niet dezelfde weg terug wil, zit er dus niets anders op dan door het gras en het zand te ploegen naar de brug.

Aan de andere kant van de brug zie ik dat ook daar het asfalt ophoudt. Ik heb geen zin in nog zo’n off-road stukje, dus ik pas mijn oorspronkelijke route iets aan. Via de Staphorster Grote Stouwe  kom ik na een kilometertje fietsen weer op mijn uitgetekende route. Tussen de zwaluwen en kieviten door zoek ik mij een weg tussen de weilanden. Af en toe krijg ik ongevraagd een stukje vlees in mijn mond of mijn oog. Het is lastig om die veligjes te ontwijken.


Ik passeer wereldsteden als Hamingen en Baarlo, voordat ik Zwartsluis bereik. Het is warm. Ik ben vertrokken in een driekwart broek en t-shirt, met daarover een trainingspak. Trainingsbroek en jasje liggen inmiddels in mijn fietstas en ik voel de zon heerlijk over mijn blote armen en gezicht strelen. Ik had best een korte broek aan kunnen trekken, denk ik. Maar daar heb ik nu niets aan.

Via het fietspad langs de provinciale weg verlaat ik Zwartsluis in de richting van De Velde. Dan sta ik even voor een dilemma. Een verkeersbord geeft aan dat de weg afgesloten is, wegens slecht wegdek. Maar een alternatief is er niet deze kant op: de provinciale weg is verboden voor fietsers.  Ik besluit burgerlijk ongehoorzaam te zijn en vervolg mijn weg over het fietspad. Het is inderdaad een slecht wegdek: hobbels en kuilen, scheef asfalt…


Aan het einde van het hobbelpad wacht de beloning: een prachtg uitzicht op een kolk, met daarin de familie gans. Vader, moeder en tussen hen in een stuk of zeven jonkies zwemmen langs de oever aan de overkant.


Ik steek het Zwarte Water over en via het industrieterrein zoek ik mijn weg weer richting dijk. Het is hier druk op de dijk: fietsers, wandelaars en hardlopers hebben net als ik bedacht dat het perfect weer is om buiten te spelen.

Bij Genne Overwaters stop ik even voor wat water en komkommer. Langs de weg staat een picknicktafel en bij de boerderij aan de andere kant van de weg spelen kinderen buiten. Of ik ook eieren wil kopen, vragen ze. Maar dat aanbod sla ik af. Ik geniet gewoon van het uitzicht en van mijn water.


Een echtpaar last hier ook een fietspauze in. Of ik ze al gezien heb, vraagt de vrouw. Ik heb geen idee, want ik weet niet wat ik gezien moet hebben. Kievitsbloemen, verduidelijkt ze. Nee, niet gezien, maar ook niet naar gezocht. De vrouw speurt de begroeiing onder de dijk af en ik volg haar blik. Dan wordt de dame helemaal blij.”ja, daar!”, roept ze enthousiast en ze loopt naar haar tas. Ik zie niets, behalve een dolblije vrouw die met een iPad de dijk af loopt om de bijzondere bloemen vast te leggen. “Ik heb er al zo vaak naar gezocht, maar nog nooit heb ik een kievitsbloem in het echt gezien”, jubelt de dame.

Ik blijf zoeken, en dan zie ik ook een paarse bloem. “Weet je wel zeker dat de bloem daar bloeit?”, vraagt haar man terwijl hij bezorgd kijkt hoe zijn vrouw de dijk af loopt. Ik geef aan dat ik de bloem inmiddels ook gezien heb en de man kijkt iets geruster. Ik pak mijn telefoon en loop ook naar beneden. Deze bloem wil ik ook op de foto!


Dan stap ik weer op. Het is niet ver meer naar huis. Helaas is mijn telefoon de GPS kwijt geraakt. Ik hoop nog even dat dit snel hersteld wordt, maar helaas. Eenmaal thuis teken ik het laatste stukje route dan maar handmatig in op Endomondo, want ik ben heel nieuwsgierig hoeveel kilometer ik afgelegd heb.


Het blijkt 34,6 kilometer te zijn. Mooi stukje! En voor herhaling vatbaar, op mijn vrije woensdag met de trein op reis om terug te fietsen.