Met traplopen versterk je je spieren, hart en longen. En: Bij traplopen word je gedwongen om spierstabilisatoren te gebruiken die je bij een gewone trainingsronde niet gebruikt. Hierdoor vermindert de kans op blessures. Gelezen in Runner’s World van maart 2014. Traplopen is dus goed voor me. Ok. Ik neem me daarom voor om vandaag mijn gewone trainingsrondje te verruilen voor een trap-training.

Ik besluit het loopje naar de brug die ik wil bedwingen, te zien als warming-up. Dat is ongeveer 2 kilometer, die ik in een rustig tempo afleg. De brug over het Zwolle-IJsselkanaal is de te kloppen brug. Ik wil mezelf een half uur uitleven op die blauwe hindernis, om daarna lekker uit te lopen, op weg naar huis. Ik ben heel benieuwd hoe het zal gaan…

Knipsel

Het eerste ‘rondje’ Frankhuizerbrug gaat aardig. Het valt me niets tegen, maar ik besef ook dat ik dit wel een half uur moet zien vol te houden. Ik neem de 53 treden (met na 29 treden een vlak stukje, waar ik 2 stappen zet) soepeltjes, om vervolgens in 56 stappen aan de overkant van het water te komen, waar ik de 53 treden weer afdaal. In 6 stappen loop ik naar de naastgelegen trap, om weer omhoog te gaan. Weer 53 treden, die ik lichtvoetig overwin, en vervolgens weer 56 passen om het water over te steken en weer 53 treden afdalen. Na 6 pasjes sta ik weer onderaan de trap waar ik begon. Ongeveer twee minuten zijn verstreken. Nog 28 dus…

Tijdens het traplopen durf ik niet zo goed om me heen te kijken, bang dat ik een treetje mis en hard onderuit zal gaan. Met mijn ogen gefixeerd op de treden voor me, bedwing ik de trappen keer op keer.
Ik hoor steeds ganzen, maar ik zie ze niet. Als ik weer bovenop de brug ben, kijk ik om me heen, maar nog steeds zie ik geen ganzen. Wel meerkoetjes en meeuwen. En een stelletje kraaien. Ik loop door en concentreer me weer op de treden. Als ik even later weer boven ben, zie ik twee ganzen aan komen vliegen. En wat een mooie! Deze exemplaren zien er heel anders uit dan die grauwe ganzen en brandganzen die in groten getale de weilanden bevolken. Deze ganzen (het zijn er twee) zijn donkerbruin, met helwitte vleugels met donkere uiteinden (nijlganzen, vertelt Google mij als ik thuis ben). Nog nooit eerder gezien…

album_pic

Als ik een minuut later weer bovenop de brug ben, zijn de ganzen verdwenen. In de verte hoor ik nog wel het kenmerkende gegak. Wel zie ik nu een fuut. ‘Wat sneu’, denk ik. ‘Zo’n mooie vogel, helemaal alleen.’ Maar als ik later opnieuw op de brug ben, heeft de fuut een vriendje gevonden. Het is een lief stel, dat met hun lichamen een hartje maakt, zoals je bij zwanen wel ziet. Ik loop verder. Het begint nu toch wel wat zwaarder te worden, steeds weer die benen hoog optrekken om van de ene tree naar de andere te gaan. En ik ben pas op de helft…

Als ik opzij kijk, zie ik het brugwachtershuisje van de Twistvlietbrug. ‘Zou de brugwachter mij kunnen zien?’, vraag ik mij opeens af. ‘En zo ja, zou hij mijn verrichtingen op de loopbrug in de gaten houden? Zou het hem (of is het een haar) opvallen dat mijn snelheid nu toch wel wat zakt?’ Natuurlijk ziet hij dat niet. Als hij al mijn kant op kijkt, ben ik niet meer dan een klein stipje. En hij kan niet zien dat het steeds hetzelfde stipje is, dat over de brug gaat… Toch?

Als ik weer de brug op wil rennen, zie ik vlak voor mij een vrouw met fiets de trap beklimmen. Ik neem daarom de andere trap en ben voor even spookloper. Bovenop de brug switch ik weer naar de goede kant van het pad. Voor de zoveelste keer (ik ben de tel kwijt) steek ik het Zwolle-IJsselkanaal over. Voor de zoveelste keer zie ik aan de ene kant de Twistvlietbrug en aan de andere kant de spoorbrug van het Kamperlijntje. Niet de meest mooie omgeving. Ik zoek het genot daarom maar in het spotten van vogels. Maar erg veel zijn dat er ook niet…

Dan komt er een aalscholver aanvliegen. Sierlijk scheert hij over het wateroppervlak en maakt een snelle bocht. Dan lijkt het of hij de futen aanvalt. Snel duiken die vogels het water in, gevolgd door de aalscholver. Ik duik de trap weer af en hoop dat het goed afloopt met de futen. Als ik even later weer op de brug ben, zie ik tot mijn opluchting zowel de beide futen als de aalscholver in het water zwemmen. Vriendjes geworden?

Ik ben inmiddels al 25 minuten bezig. Nog een paar keer. Ik zie een andere hardloper aan komen. Hij beklimt de treden van de brug, terwijl ik de laatste treden naar beneden ga. Ik maak een bochtje en ga de hardloper achterna naar boven. Zou hij ook een trap-training doen? Als ik aan de andere kant van het water weer naar beneden loop, zie ik de hardloper de Hasselterdijk op draaien. Geen trap-training voor hem dus… Ik ga nog even door. Nog twee of drie keer, schat ik in.

De laatste twee traprondes voer ik mijn tempo wat op. Vijftien keer heb ik het rondje (trap op, water oversteken, trap af, trap op, water oversteken en trap weer af) gemaakt in dat half uur dat ik bezig ben geweest bij de Frankhuizerbrug. Ik voel me trots dat ik het zo lang volgehouden heb. Na mijn laatste afdaling ga ik ook de Hasselterdijk in. Nog even lopen om mijn spieren weer wat tot rust te brengen. Langzaam kom ik weer op adem. Het lopen gaat lekker en ik besluit niet via de kortste route naar huis te gaan, maar er wat extra kilometers aan vast te knopen.

Na drie kilometer (vanaf de Frankhuizerbrug) kom ik thuis aan. Ik ben toch wel blij dat ik er ben! Maar wat een goed gevoel geeft het mij, dat ik de trap-training volbracht heb! Dat ga ik vaker doen!

http://connect.garmin.com/activity/449801034

Advertenties