Het is weer woensdag. Vandaag heb ik een duurloop gepland voor de middag. Het is heerlijk weer en ik kan bijna niet wachten om naar buiten te gaan. Omdat het zulk mooi weer is, wil ik optimaal genieten van het buiten zijn, dus ik besluit er een langzame duurloop van te maken.

Evy vertelde mij dat als je wilt afvallen, je langzaam moet hardlopen (klinkt wel tegenstrijdig: langzaam hardlopen), dus met een langzame duurloop sla ik twee vliegen in één klap: lekker lang ‘buiten spelen’ en nog afvallen ook!

Ik wil ongeveer 6.30 minuut per kilometer lopen. Niet dat dat me gaat lukken, maar ik ga in ieder geval in poging doen…

Als ik het bruggetje over loop, komt een grote groep fietsers mij tegemoet. De senioren genieten ook van het weer en de mooie omgeving. Er lijkt geen einde aan de stoet te komen, en even overweeg ik om mijn geplande route iets aan te passen. De stoet komt namelijk uit het smalle schelpenpaadje, waar ik eigenlijk heen wil. Ik gok er toch maar op dat de stoet fietsers wel voorbij moet zijn als ik bij het schelpenpaadje ben, dus ik loop toch maar door. En ja, als ik het paadje bereik, zie ik de staart van de fietsers net de bocht om komen.

In het gras naast het paadje ligt een fiets. Een oudere man krabbelt op uit datzelfde gras, vlak naast de fiets. Zou hij de bocht gemist hebben? Ik minder vaart, misschien moet ik de man wel helpen… Dan knikt hij in de richting van twee mannen die aan de waterkant zitten. “Het gaat wel hoor”, zegt hij, terwijl hij zijn fiets oppakt en aansluit bij de groep.

Ik vervolg mijn weg, genietend van de zon op mijn blote armen, de eendjes en meerkoetjes die in de sloot zwemmen en de musjes en merels die vrolijk fluiten. In een rustig tempo loop ik het paadje af. Het is vandaag zeker geen straf om lang buiten te zijn, de natuur komt langzaam tot leven en ik geniet van het frisse groen en de vrolijke bloemetjes om mij heen.

Ik adem diep in en… dat had ik beter niet kunnen doen. Het is voorjaar, het is al een paar dagen mooi weer en dat is te ruiken. De lucht hangt vol met verf- en lakgeuren. Aan de waterkant zijn twee mannen bezig met het verven van hun boot, links van mij is een man bezig met het lakken van zijn schuur en een paar huizen verderop worden de kozijnen geverfd.

Ongemerkt is mijn tempo toch weer omhoog gegaan, dus ik houd wat in. De eerste kilometer loop ik in 6.11 minuten. Niet zo langzaam als ik had gewild, maar toch wel veel langzamer dan ik normaal zou lopen. Het lopen gaat lekker, en dat maakt het nóg moeilijker om langzaam te lopen. Elke keer weer moet ik mezelf een halt toeroepen, en het lukt me maar niet om in de buurt van die 6.30 te komen. De tweede kilometer loop ik zelfs onder de 6 minuten en ik dwing mezelf nóg meer op mijn tempo te letten.

Als ik de dijk op loop, fladdert een lichtblauw vlindertje mij tegemoet. Wat een leuk ding is dat. Hij (of zou het een zij zijn?) vergezelt me de hele route op de dijk. Dan weer vliegt de vlinder voor me, dan weer naast of achter me, maar het diertje is nooit verder dan 5 meter van mij verwijderd. Wat zou het beestje denken? Zou hij me aanmoedigen als hij een stem had? Of zou hij me niet vertrouwen, en zijn familie willen beschermen door bij mij in de buurt te blijven?

Als ik het einde van de dijk nader, twijfel ik even wat ik zal doen. Ik wilde ongeveer 10 kilometer lopen, maar als ik nu de dijk verlaat en terug ga richting huis, dan kom ik daar bij lange na niet aan. Aan de andere kant, als ik de dijk weer opzoek en verder loop richting ‘s-Heerenbroek, dan moet ik via de weg weer terug. En ik geniet nu juist zo van de natuur langs de IJssel en de boerenwegen. De weg met al die langs razende auto’s vind ik minder inspirerend… En om dan dezelfde weg over de dijk weer terug te gaan, trekt me ook niet…

Ik besluit de dijk te verlaten en met een extra lus, evenwijdig aan de dijk, terug te gaan. Op die manier verleng ik mijn route en blijf ik in de mooie omgeving. Zodra ik de dijk verlaat, verlaat ook het blauwe vlindertje mij. Jammer, ik vond het wel leuk gezelschap, ook al zei hij niets…

Als ik de Zalkerveerweg in draai, voel ik de wind pal in mijn gezicht. Het tempo gaat er behoorlijk uit en eindelijk kom ik een beetje in de buurt van mijn gewenste tempo. Raar toch dat het zo moeilijk is om langzaam te lopen…

Ik adem eens diep in, terwijl ik geniet van de omgeving en… dat had ik beter niet kunnen doen. Die tractor die ik in de verte al hoorde, was blijkbaar bezig met mesten. Niet bepaald de meest frisse lucht die je je kan voorstellen…

Ik loop langzaam door en prent mezelf in dat ik hier niet te veel met open mond moet ademen. De lucht hangt vol met kleine vliegjes en ik heb geen zin in een hap gratis vlees… Daar denken de zwaluwen blijkbaar anders over. Die scheren over het pas bemeste land, op jacht naar een lekker hapje eten.

De wind, die ik nu pal tegen heb, is pittig en het is nu een stuk minder moeilijk om mijn tempo laag te houden. Zou ik echt afvallen als ik in dit tempo loop, of moet ik daarvoor nóg langzamer hardlopen? Ik heb gelezen dat dat te maken heeft met je hartslag, dat moet een bepaald percentage zijn van je maximale hartslag… Ik heb helemaal geen zin in moeilijke berekeningen voordat ik ga hardlopen. Ik heb ook helemaal geen zin om met een hartslagmeter te lopen. Dat heb ik één keer gedaan en ik vond het helemaal niet fijn lopen. Ik loop liever op gevoel…

En dat gevoel is goed. Het is nog steeds mooi weer. Ik zucht eens diep. En dit keer heb ik er geen spijt van! De trekker die ik nu zie, is net klaar met het maaien van een uitgestrekt grasland en pas gemaaid gras vind ik heerlijk ruiken…

Ik nader het einde van de Zalkerveerweg. Vanaf hier heb ik mooi zicht op het ooievaarsnest. Eén ooievaar zit op het nest (zouden er al eieren in het nest liggen?), de ander cirkelt rond in de lucht. Op jacht naar eten?

ooievaar Westenholte

Ik minder vaart om de mooie dieren beter te kunnen bekijken. De rondcirkelende ooievaar duikt naar beneden. Op weg naar een muis? Ik neem nog wat gas terug en zoek de ooievaar. De uiver zit in het weiland en kijkt om zich heen. Als ik dichterbij kom, stijgt de vogel weer op. Hij heeft iets in zijn poten en ik kijk nog wat beter. Het is te groot voor een muis. Het is bruin, en ik zie de pootjes nog bewegen. Langzaam dringt het tot me door: de ooievaar heeft een klein konijntje gevangen! Ineens vind ik die ranke, zwart-witte vogels een stuk minder leuk…

Ik vervolg mijn weg naar huis. Als ik de tuin in loop, heb ik er iets meer dan 8 kilometer op zitten, met een gemiddeld tempo van 6.15 minuut per kilometer. Niet zo langzaam als ik had gewild, maar ach… Eigenlijk wist ik van tevoren al dat dat niet zou lukken!

http://connect.garmin.com/activity/481020758

Advertenties