Vandaag is de dag. De ultieme test van mijn schouder. Vanavond ga ik de Zevenheuvelennacht lopen: 7 kilometer door Nijmegen, met vals plat en stijgingen, maar ook afdalingen. Ik ben heel benieuwd hoe mijn schouder zich zal houden. Tot nu toe ben ik nog niet verder gekomen dan 6 kilometer non-stop hardlopen…

2014-11-16 14.00.41

Ik heb mijn man gevraagd om me op tijd te wekken. Ik wil vroeg ontbijten, om tussen de middag voldoende trek te hebben in een warme maaltijd. Ik ben het niet gewend om ’s middags warm te eten, maar aangezien de start van de Zevenheuvelennacht om 19.00 uur is en ik ook nog wel wat reistijd kwijt ben, lukt het me niet om mijn warme maaltijd ’s avonds te nuttigen…

Ik start de dag rustig, met krantjes lezen en een kopje koffie. Rond het middaguur maak ik een warme hap voor mezelf klaar: spinazie-omelet. Heerlijk!

IMG_0227.JPG

Als ik mijn lunch achter de kiezen heb, is het tijd om mijn spullen te pakken. Hardloopkleding aan, chip zit aan mijn schoen, droge kleding mee, reflecterend hesje en lampjes mee, hardloophorloge opgeladen en in de tas, en -heel belangrijk- mijn startnummer mee. Ik zorg ook nog voor een flesje, water, een flesje sportdrank, vier boterhammen en snelle jelles.

IMG_0213.JPG

Bepakt en bezakt ga ik naar de sportzaal. Ik kan nog een groot deel van de volleybalwedstrijd van mijn dochters zien, voordat ik naar het station moet. Ik ga niet rechtstreeks naar Nijmegen, maar reis via Bennekom, waar Sylvia woont. Samen met haar bereid ik me voor op de Zevenheuvelennacht en samen met haar, en drie loopmaatjes van Sylvia, rijden we met de auto naar Nijmegen. Terug ga ik wel rechtstreeks met de trein naar Zwolle.

Om half vier kom ik aan op station Ede-Wageningen, waar ik door Sylvia opgehaald word. Dan hebben we nog anderhalf uur om bij te kletsen, voor we naar Nijmegen gaan. Het is fris, maar droog. En dat valt me mee, want er werd wel regen voorspeld.

Ik heb zin in de loop, maar ben ook wel een beetje zenuwachtig. ’s avonds lopen is niet echt mijn favoriet, en ik ben heel benieuwd hoe mijn schouder zich zal houden. Toen ik mij inschreef, heb ik een verwachte eindtijd opgegeven van 42 minuten, rekening houdend met de heuvels in de route. Maar ja, toen had ik geen schouderblessure…
Ik houd er nu rekening mee dat ik ten minste één keer moet wandelen, om mijn arm even losjes te kunnen laten bungelen ter ontspanning. Een tijd tussen de 45 en 50 minuten zou heel mooi zijn, maar ik ga nu vooral voor het uitlopen van de loop en voor de sfeer. Genieten van het publiek, de route en de leuke lichtjes…

Om vijf uur komt de ‘taxi’ voor rijden. Vijf dames in één auto, dat wordt een gezellige drukte… We zijn allemaal een beetje gespannen voor de loop, allemaal met onze eigen redenen. Zo maakt Sylvia zich druk over de heuvels, terwijl Hetty niet weet wat er op haar af zal komen in startvak grijs. Dat is het startvak voor de snelste lopers, terwijl Hetty juist helemaal niet snel is. Ze heeft het startnummer van een ander overgenomen. Onze tip om in een ander startvak te starten, slaat ze in de wind. Ze vindt het wel wat hebben. Bovendien denkt ze dat de rest dan niet zo lang op haar hoeft te wachten.

Ruim voor zes uur komen we in Nijmegen aan. Het is er druk en verschillende straten zijn afgesloten, maar de Tomtom leidt ons feilloos naar de Celebesstraat, waar het verzamelpunt is voor de Run to the Start-deelnemers en waar we nog net een laatste parkeerplek vinden. Ik heb niet meegedaan met Run to the Start, maar mijn vier reisgenoten wel. We lopen naar het schooltje waar we -lekker warm- wachten tot we naar het startvak kunnen.

Mijn tas met droge kleding ligt in de auto, maar mijn trainingsjack houd ik aan tot het laatste moment. Het is fris en ik wil niet verkleumd aan de start verschijnen. De trainer van Sylvia en haar loopmaatjes verzamelt de kleding. Hij loopt zelf niet mee en wil wel op de spullen passen. Ideaal…

In het startvak heerst een gespannen stilte. Iedereen heeft het druk met zichzelf. De meeste lopers hebben wel een band met lichtjes om de arm of een reflecterend hesje. Een enkeling heeft zichzelf vol gehangen met kleurrijke lichtgevende banden en af en toe zie ik een levende kerstboom voorbij komen; een loper die zichzelf helemaal heeft volgehangen met lichtjes en gekleurde lampjes.

Langzaam schuifelen we naar voren. De eerste groep is inmiddels gestart en wij gaan nu richting startlijn. Dan klinkt het startschot en ben ik op weg. Ik begin rustig. Sylvia is binnen no-time uit het zicht verdwenen. Zij heeft de vaart er al snel in zitten. 25 meter, geeft een bord aan. Pfff, nog 6975 meter dus. Dat klinkt nog héél ver… Even later passeer ik het bord 50 meter. Zouden ze de hele route lang elke 25 meter zo’n bord geplaatst hebben?

Het gaat lekker. Massaal toegestroomd publiek jut de lopers op en klapt enthousiast. Hoewel ik het rustig aan doe, haal ik toch de ene na de andere loper in. ‘Langzame lopers rechts’, lees ik op een bord. Dat geldt nu dus niet voor mij, denk ik lachend. Toch moet ik niet lang na dat bord de rechterkant van de weg opzoeken. Niet omdat ik langzamer ben, maar omdat alleen daar ruimte is om in te halen. Voor mij loopt een groepje langzamere lopers, gezellig naast elkaar. Ze laten links geen ruimte vrij om in te halen.

Een loper achter mij heeft dat ook in de gaten. Hij kiest niet voor de weg van de minste weerstand (rechts inhalen), maar laat het groepje op boze toon weten dat zij rechts moeten houden. Tja, je kan je overal wel druk om maken.

We slaan linksaf en daar begint de eerste stijging in de route. Links en rechts van mij wordt flink gezucht en gesteund en de een na de ander gaat over op wandelen. Mijn tempo zakt wel, maar ik weiger om te gaan wandelen. Mijn schouder houdt zich goed en met mijn conditie gaat het ook prima.

Een bord in de berm geeft aan dat ik er 3 kilometer op heb zitten. Drie al! En het gaat nog steeds goed met mijn schouder! Dan gaat de vaart er ineens uit bij alle lopers. Al snel heb ik door waarom: we moeten een bocht van bijna 180 graden maken, om een dranghek heen. Ik maak de bocht zo ruim mogelijk, om zoveel mogelijk snelheid te kunnen houden. Eén loper denkt de bocht lekker krap te kunnen nemen en struikelt over de poot van het drankhek. Hij kan zich nog net staande houden.

Dan komt er een heel donker stuk aan. Een sliert lampjes links en rechts naast de weg zorgt voor een sfeervol uitzicht, maar echt verlicht wordt de weg niet. In de bomen hangen lichtbakken die om en om aan en uit gaan. Ook hier loopt het weer omhoog. Klassieke muziek komt mij tegemoet. Dat zorgt wel voor een heel speciaal sfeertje. Ik geniet van het lopen, van de muziek (nooit gedacht dat ik dat zou zeggen over klassieke muziek) en van het publiek langs de weg.

Na vier kilometer is er een drankpost. Hoewel ik niet echt dorst heb, neem ik toch een bekertje water aan. Ik neem twee minislokjes en gooi het bekertje in de berm, tussen tientallen andere bekertjes. Dan zie ik Hetty lopen. Ze heeft het zwaar, maar klinkt vrolijk als ik haar een schouderklopje geef. Ik wens haar succes en ga haar soepel voorbij.

Vijf kilometer al, en ik voel mijn schouder nog steeds niet. Wauw, ik had niet verwacht dat het vanavond zo goed zou gaan! Nog steeds haal ik mensen in tijdens het lopen. Ik kijk genietend om me heen en zie allemaal lichtjes op en neer gaan. Toch wel een heel mooi gezicht, zo’n avondloop! Heel voorzichtig bedenk ik dat het misschien wel mogelijk is om binnen 45 minuten te finishen. Ik lig op schema, maar als ik straks toch nog moet wandelen, wordt het wel anders…

Zes kilometer, nog één te gaan. En nu weet ik het zeker: ik ga de Zevenheuvelennacht uitlopen zonder wandelen. Tot nu toe heb ik nog geen last gehad van mijn schouder en als ‘ie nu nog gaat opspelen, dan negeer ik dat gewoon. Dan ga ik door op karakter!

Volgens mij moet ik er nu toch wel bijna zijn. Ik voel me goed en besluit een sprint te trekken tot de finish. Ik kies de linkerkant van de weg en versnel. Dan zie ik een bordje: nog 500 meter. Dat is wel erg ver voor een sprint… Ik neem toch weer wat gas terug en ren vrolijk door. Ik weet dat er in de buurt van de finish fotocamera’s staan en ik wil niet met een verbeten gezicht op de foto komen, dus ik kijk speurend om me heen. Elke keer als ik een camera spot, probeer ik een vrolijke lach en een fit gezicht te trekken. Nu maar hopen dat ik naar de goede camera gelachen heb…

En dan is daar de finish! Ik heb het gered, en zonder wandelen! Ik voel een enorme blijdschap. Stralend passeer ik de finishlijn en stop mijn horloge. 41 minuten nog wat, geeft mijn Garmin aan. Wat? Zó snel? Ik kan het bijna niet geloven en ben heel nieuwsgierig naar mijn officiële tijd.

Ik loop door, speurend naar de plek waar de medailles uitgereikt worden. Het is een heel eind wandelen, maar dan volgt eindelijk een versmalling. Hier worden geen medailles uitgereikt, maar flesjes AA drink. Dankbaar pak ik een flesje aan en wurm me door de menigte. Iedereen lijkt hier stil te staan om medelopers op te wachten…

Tientallen meters verder volgt de volgende versmalling. Hier worden wel medailles uitgereikt. Blij pak ik het metaal aan. Ik heb ‘m verdiend!

IMG_0232.JPG

Dan ga ik op zoek naar Sylvia. We hadden afgesproken op elkaar te wachten na de medailles en het drinken. Al snel heb ik haar gevonden. We feliciteren elkaar met de geleverde prestatie. Ik blijk de 7 kilometer in 40.56 minuten gelopen te hebben.

IMG_0229.JPG

Sylvia was met 35.33 minuten wel héél snel! We wachten op de anderen en als we elkaar eindelijk gevonden hebben, pak ik mijn tas uit de auto. Sylvia en ik gaan op zoek naar de Expo, waar we onze medaille kunnen laten graveren en daarna nemen we afscheid. Sylvia stapt in de auto en ik loop door naar het station. Op naar Zwolle!

Ik heb genoten van de Zevenheuvelennacht. Niet alleen omdat ik het volgehouden heb en een mooie tijd heb neergezet, maar ook omdat het een geweldige loop is. Leuk parcours, leuke sfeer en goede organisatie!

IMG_0230.JPG

Advertenties