Jaaa! Het is weer woensdag! Ik mag weer lopen! Heerlijk even tijd voor mezelf. Na twee drukke werkdagen even lekker mijn hoofd leeg lopen. Na mijn lichte ontbijtje, een halve liter water en een warming-up is het tijd om te gaan.

Ik weet nog niet precies waar ik heen zal lopen, maar ga gewoon op weg. Ik start rustig om mijn spieren op te warmen en zonder na te denken loop ik richting Stadshagen. Tijdens het inlopen bedenk ik dat ik vandaag vogels ga kijken. Niet letterlijk (of misschien ook wel), maar volgens de definitie van Koen de Jong. Vogels kijken is heel rustig hardlopen.

Ik ga me vandaag niet bezig houden met snelheid, afstand of tijd, maar met genieten, rustig ademen tijdens het lopen. Alleen al bij het idee krijg ik meer energie. Vol enthousiasme loop ik de Rozentunnel in. Ik heb nog geen route in mijn hoofd; ik bekijk ter plekke wel waar ik heen ga.

Aan de overkant van de weg komt een hardloper mijn richting op. Hij slaat rechtsaf. Ik besluit achter hem aan te gaan en sla dus linksaf, de Havezathenallee in. Deze weg – langs het spoor – neem ik niet vaak. Leuk om eens op een andere plek te lopen dan anders. De loper voor me heeft hetzelfde tempo als ik. Ik kom niet dichterbij, maar de afstand tussen ons wordt ook niet groter. De man loopt op de weg, terwijl er gewoon een voetpad naast de weg ligt. Ik snap niet waarom veel hardlopers het voetpad mijden…

Ik kijk genietend om me heen, hoewel hier niet zoveel te zien is. Links van me de spoorlijn, en rechts van me rijtjes huizen. Ik hoor een geraas achter me en kijk om. De trein, de intercity tussen Zwolle en Kampen, komt me achterop. Aan het ene uiteinde van de trein staat ‘Kampen’ en aan het andere uiteinde staat ‘Zwolle’. Grappig: vanaf deze kant gezien staan de namen van beide steden wel goed. Normaal gesproken zie ik de trein vanuit Westenholte en daar staat ‘Kampen’ aan de Zwolse kant van de trein en ‘Zwolle’ staat aan de Kamper kant…

Ik loop door en volg de weg, die naar rechts afbuigt. Het voetpad houdt hier op, dus steek ik de weg over, om op het voetpad aan de overkant verder te kunnen lopen. De loper voor me duikt de wijk in, terwijl ik verder loop naar de rand van de wijk.

Dan doemt er voor mij een groot hek op. Achter dat hek diverse bouwmaterialen. Doorlopen is hier geen optie. Wat doe ik? Linksaf het steegje in, of rechts langs het hek, door het gras? Ik twijfel even, loop een stukje richting steeg, maar kom tot de conclusie dat dat waarschijnlijk een doodlopend paadje is, naar de achtertuinen van de huizen. Dan maar door het gras banjeren.

De mannen die achter het hek aan het werk zijn, staken hun werkzaamheden om mij na te kijken. Ik loop voorzichtig verder door het hobbelige gras en een tiental meters verderop kan ik weer de stoep op. De Havezathenallee gaat hier over in de Schuilenburgstraat.

Bij de rotonde twijfel ik even. Linksaf ga ik weer terug Stadshagen in. Daar heb ik geen zin in. Rechtdoor is een nieuw stukje Stadshagen. Ik weet niet goed hoe ik daar zal uitkomen en of ik dan gemakkelijk terug in Westenholte kom. Daarom sla ik linksaf, de N331. Dit is een drukke weg, waar het verkeer 70 mag en waar geen voet- of fietspad loopt. Ik loop daarom door het gras langs de weg. Letterlijk vogels kijken is er hier even niet bij. Ik moet goed opletten waar ik mijn voeten neerzet, want het gras is hier erg hobbelig.

Aan het einde van de weg sla ik linksaf, de Scholtensteeg in. Hier kan ik naast figuurlijk ook letterlijk vogels kijken. Ik zie een boel kraaien en kauwen in de lucht en op het weiland. In de verte strijkt een grote witte vogel neer aan de waterkant. Een zilverreiger. In de sloot dobbert een handvol eenden en boven het weiland dartelen zwermen spreeuwen.

Het lopen gaat lekker. Ik voel me nog steeds fit en heb het idee dat ik zo nog heel lang door zou kunnen lopen. Ik heb totaal geen idee wat mijn snelheid is of hoe ver ik gelopen heb. Af en toe hoorde ik mijn horloge piepen ten teken dat ik weer een kilometer gelopen had, maar hoe vaak het ding gepiept heeft, weet ik niet. Nadat ik op start gedrukt heb, heb ik mijn horloge niet meer geraadpleegd. En ik heb het ook niet gemist!

Ik heb geluk als ik de Zwolseweg nader. Geen verkeer, ik kan gewoon de weg oversteken. Bij de dierenweide word ik nieuwsgierig nagestaard door de hertjes. Iets verderop doemt de ijsbaan op. Het water ligt er mooi bij, vinden ook de ganzen, zwanen en meeuwen. In de berm zit een gans die vruchteloze pogingen doet om snel weg te komen. Zijn rechtervleugel hangt er slapjes bij. Ik probeer er niet te veel bij na te denken dat dit dier het in de winter erg moeilijk gaat krijgen. Dat is nu eenmaal de natuur, en ganzen zijn er toch wel genoeg…

Als ik thuis kom, zie ik dat ik bijna 6,3 kilometer gelopen heb. Heerlijk! Nu kan ik beginnen aan de rest van de dag!

Advertenties