Vandaag mag ik weer meelopen met groep 3a van Loopsport Zwolle. Het is niet zo fris als maandag, dus ik trek een dunner shirt aan en laat mijn handschoenen thuis. In een dribbelpasje ga ik naar het plein, waar ik als een van de eersten aankom. Terwijl ik klets met een medeloper, groeit de groep hardlopers gestaag.

Een aardig groepje verzamelt zich achter de trainer van 3a en we gaan op pad. Via het Stinspark zetten we koers naar Loggerweg. Onder een overkapping aan de Schoenerweg houden we halt voor de rek- en strekoefeningen. We springen wat op één been, dan op het andere been, we doen aan knieheffen en de armen worden warm gedraaid. Dat is wat lastig voor mij: mijn linkerschouder werkt nog steeds niet mee.

De trainer vertelt dat we vandaag een extensieve interval gaan doen: relatief lange stukken in een tempo dat net wat hoger ligt dan je normale tempo, gevolgd door korte stukjes om op adem te komen. De arminzet is belangrijk bij het lopen, benadrukt hij. En dan vooral de beweging naar achteren. Die moet stevig ingezet worden….

Dan gaan we op weg. We beginnen rustig, maar na de bocht in de Boeierweg krijgen we de opdracht op tempo te lopen tot de kruising. Daar slaan we rechtsaf, om rustig uit te lopen en weer om te keren. Dan op tempo dezelfde weg weer terug, om aan het einde linksaf de Boeierweg in te slaan en rustig uit te lopen. Dan weer terug en weer op tempo lopen tot aan de kruising met de Turnhoutsweg…

Ik maak vaart en zoek mijn tempo. Langzaam schroef ik het tempo verder op en ik laat menig loper achter me. Slechts twee mannen lopen nog voor me. “Kijk haar gaan”, hoor ik achter me. “Haar arminzet kan beter. Maar ze is wel snel!” Dat gaat over mij, denk ik. Dat mijn arminzet beter kan, dat klopt. Ten minste, als ik geen frozen shoulder gehad zou hebben. Nu werkt mijn arm niet zo goed mee. Ik doe mijn best om mijn arm mee te bewegen, maar krachtig inzetten lukt helaas niet.

Als ik dit stukje twee keer op tempo gelopen heb, mag ik wat heen en weer dribbelen tot de hele groep weer bij elkaar is. Dan gaan we de Spooldersluis over en krijgen daar nieuwe instructies. Rechtsaf de Nilantsweg in. Aan het einde van het paadje weer tempo maken en dan steeds links aanhouden, zodat we een rondje lopen en uiteindelijk weer bij de Spooldersluis aankomen. Dat rondje maken we twee keer en daarna halen de snelle lopers de langzamere lopers weer op.

Het paadje naar beneden is donker. Hier wil je wel rustig lopen, maar aan het einde van dat paadje is verlichting. Ik maak weer vaart en dezelfde twee mannen lopen een paar meter voor me; de rest van de lopers blijft achter mij. De trainer loopt een stuk met ons mee, om halverwege de ronde te blijven staan om de andere lopers tips te geven. Het lopen gaat lekker. De twee mannen blijven voor mij uit lopen, maar de afstand tussen ons wordt niet of nauwelijks groter. Het gat tussen mij en de lopers achter mij wordt wél groter. Blijkbaar loop ik toch best snel…

Na het tweede rondje loop ik rustig wat heen en weer over de Turnhoutsweg. Als iedereen weer bij elkaar is, gaan we verder. De Blaloweg nemen we rustig. Dan slaan we linksaf, de Hasselterweg in. We krijgen weer instructies: op tempo de brug op, om aan de andere kant naar beneden te gaan (voorzichtig in de bocht, want daar kunnen gladde blaadjes liggen). Dan in rustig tempo langs het water tot de volgende brugopgang en omkeren, om dan op tempo weer de brug op te gaan en helemaal door te lopen tot onderaan te brug. Dan weer keren en de brug nog een keer ‘nemen’.

We gaan op pad. Pittig, om de brug op te gaan én tempo te maken. Boven op de brug begint het te spetteren. Ik loop gewoon door, maar minder wel wat vaart als ik in de bocht met de blaadjes ben.

Als ik op de terugweg ben en me op maak voor weer een versnelling, komen de langzamere lopers net de brug af. Het gespetter houdt niet op, wordt zelfs erger. In overleg met de trainer wordt besloten dat we de training iets inkorten. We nemen de brug niet in zijn geheel nog een keer, maar gaan slechts tot bovenop de brug en dan weer terug naar beneden. Ergens vind ik het wel jammer, want het gaat zo lekker. Aan de andere kant, we hebben er al een aardige afstand op zitten…

We zetten koers richting Westenholte en bij de begraafplaats maken we een stop om te stretchen. Daarna gaat iedereen richting huis. Ik heb er toch weer ruim 10 kilometer op zitten. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat lopen in een groep toch wel iets voor mij is.

Advertenties