Wie mij een half jaar geleden gevraagd zou hebben of ik aan LSD zal gaan doen, zou een resoluut NEE te horen gekregen hebben. Ik heb nooit LSD gebruikt, en zal dat ook nooit doen, was mijn vaste overtuiging. Ik heb geen middeltjes nodig om mij goed te voelen… Maar nu kom ik daar toch op terug. Een beetje dan.

Want vandaag heb ik aan LSD gedaan! Niet de LSD waar ik een half jaar geleden aan dacht (drug), maar de gezondere versie: langzame duurloop, ofwel LSD – Long Slow Distance… En ik voel me er goed bij!

Het is al donker als de groep hardlopers zich verzamelt. Op maandag is er één grote groep, maar vandaag deelt de trainer de groep toch even in in subgroepjes. De mensen die op de 10 km sneller lopen dan 12 km per uur helemaal rechts, in het midden de lopers die ongeveer 11 km per uur lopen en links de lopers die de 10 km in ongeveer 10 km per uur gemiddeld doen. Ik twijfel waar ik me bij zal aansluiten: midden of links…

De trainer legt het belang van een langzame duurloop uit. Door onder je maximum snelheid te lopen, loop je op je zuurstof, en niet op je reserves. Je bouwt er conditie door op en je gaat niet verzuren. We starten als één groep en lopen rustig in, vervolgens zijn er drie snelheden waarop we lopen: blok 1 zit ongeveer 1 km onder je normale snelheid. Blok 2 zit ongeveer 2 km onder je normale snelheid en blok 3 is een rustig tempo met de hele groep.

Ik besluit mezelf in de langzaamste groep in te delen. We starten rustig en al kletsend verlaten we de wijk. Als we bij een tunneltje zijn, mogen we ons eigen tempo pakken in blok 1. Voor mij dus 9 kilometer per uur. Tot het einde van tunnel 2 en dan stofzuigen. Hoewel ik bedacht had dat ik in de langzaamste groep mee zou lopen, zie ik mezelf langzaam maar zeker naar voren schuifelen. Het gaat langzaam – vind ik – maar blijkbaar is een groot deel van de groep nóg langzamer.

Aan het eind van tunnel 2 keer ik om en loop in een dribbeltempo door tot ik de laatste loper bereik. Dan keer ik weer om en en als één groep lopen we weer verder. De volgende versnelling is in blok 2: hier moeten we dus ongeveer 8 kilometer per uur lopen als ik bij mijn besluit blijf om de langzaamste groep aan te houden. Ik merk dat dat tempo wel erg moeilijk is voor mij. Ik struikel bijna over mijn eigen én andermans voeten. Ik deel mijzelf daarom in gedachten toch maar in in de middelste groep en haal de achterste lopers rustig in. Zo in het midden van de groep loopt het een stuk ontspannener…

We gaan weer stofzuigen en zo eindig ik weer achteraan in de groep lopers. Door dit heen en weer lopen beland ik steeds weer naast een andere loper. Zo spreek ik dus verschillende mensen tijdens het lopen. Gezellig. En ja, ik blijf praten, want met dit langzame tempo is het niet moeilijk om tijdens het lopen te praten.

De trainer loopt voor mij en legt aan twee lopers nog eens uit waarom langzame duurlopen belangrijk zijn. Ik zeg dat het best lastig is om langzaam te lopen en dat ik, als ik alleen loop, vaak ongemerkt sneller ga dan gepland. Daarom hamert hij er ook steeds op dat we niet te snel moeten gaan, lacht de trainer. We praten wat over het te lopen tempo. Zo lang ik makkelijk kan praten tijdens het lopen, en ik het idee heb dat ik wel uren door zou kunnen gaan in dit tempo, heb ik de juiste snelheid te pakken, leer ik. Dan zit ik dus goed, want kletsen doe ik bijna aan één stuk en zoals ik me nu voel, houd ik het nog wel een tijd vol (als mijn schouder mee blijft werken ten minste…).

We lopen kris-kras door Stadshagen en ik laat kilometer na kilometer achter me liggen. Onderweg is er niet veel te zien zo in het donker, behalve de verlichte huizen dan. En naarmate de kilometers passeren, wordt de groep lopers meliger. In het begin hoorde ik een enkeling oh en ah roepen als we een mooi of vreemd verlicht huis passeerden, maar die ohs en ahs worden steeds luider en klinken ook steeds vaker én uit steeds meer monden. Als er één begint, neemt de hele groep de klank over en dat eindigt dan steevast in een lachsalvo.

We hebben er al zeker vijf kwartier op zitten als ik mijn schouder begin te voelen. Hoewel ik het hardlopen op zich nog best wel een tijd vol zou kunnen houden, zal ik toch blij zijn als ik thuis ben. Dan kan ik mijn arm even laten hangen. Of beter nog, ondersteunen. Want ik merk nu wel dat ik vanochtend veel krachtoefeningen heb gedaan bij de fysio en dat ik nu ook alweer een lange tijd ingespannen bezig ben met mijn arm…

Gelukkig gaan we nu weer richting Westenholte. Als we bij het Twistvlietpad nog een keer moeten stofzuigen, smokkel ik stiekem. Ik keer niet om, maar blijf op de plaats een beetje dribbelen tot de groep weer compleet is. Op die manier kan ik mijn arm toch nog een beetje rust geven…

Als we bij ons eindpunt aangekomen zijn, zingen we nog even voor Inez, die vandaag jarig is. Daarna gaat ieder zijn eigen weg. Ik mag nog een halve kilometer lopen, maar dan ben ik ook thuis. Ik heb heerlijk gelopen, zelfs een record neergezet: de verste afstand: 13,33 kilometer

Advertenties