Ik sluit vandaag het jaar sportief af! Op de laatste dag van 2014 mag ik nog een paar kilometers vreten, tijdens de Oudejaarsloop in Kampen. Hoeveel precies? Dat weet ik nog niet. Ik mag namelijk zelf bepalen hoeveel rondjes ik loop door en langs het stadspark.

Het is nog niet echt druk als ik samen met Marleen en Anne (van de loopgroep in Westenholte) in Kampen aankom. Maar we zijn ook vroeg. Ik heb me al ingeschreven, maar Marleen en Anne nog niet en we weten niet hoe druk het zal worden, dus zijn we er op tijd bij. Ik haal mijn startnummer op; het meest originele startnummer dat ik ooit gezien heb. Geen groot vel, met duidelijk nummer en eventueel naam erop gedrukt, maar een klein stukje karton. Met daarop een etiket met mijn naam en startnummer. Marleen en Anne krijgen een kartonnetje zonder naam of nummer…

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/c1f/61782845/files/2015/01/img_0256.jpg

Een groot startnummer is ook niet echt nodig, want er is toch geen tijdregistratie. Alleen de halve-marathonlopers krijgen een ‘echt’ startnummer en een chip voor de tijdregistratie.
Als het kwart voor elf is, maken Marleen, Anne en ik ons klaar voor de start. We lopen naar de uitgang van de sporthal en maken nog even een selfie voor we naar buiten gaan.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/c1f/61782845/files/2015/01/img_0257.jpg

Aan de start kom ik een bekende tegen. De burgemeester van Kampen, Bort Koelewijn, loopt ook mee. Hij gaat voor twee rondjes, want hij heeft het nog druk vandaag… Het is voor hem uniek om overdag te lopen, vertelt hij. Normaal gesproken heeft hij pas in de loop van de avond tijd om een rondje te rennen.

Dan klinkt er een enorm harde knal. Een aantal lopers krimpt in elkaar van schrik, maar de meesten wisten al dat we vandaag ‘weggeschoten’ worden door een melkbus. Een drone vliegt boven ons, om opnames te maken van de start. Ik zwaai naar het zoemende vliegtuigje, terwijl ik de Kennedylaan af loop.

Dan gaan we naar rechts, de Europa-allee in. Hier verlaten de lopers de weg, om op het fietspad verder te gaan. Ter hoogte van de Cellesbroeksweg verlaten we ook het fietspad. We nemen het voetpad, het Groene Hart in. Hier gaat het ineens erg langzaam, want de grote groep lopers heeft nu minder ruimte om te lopen. Het voetpaadje is beduidend smaller dan het fietspad. We slaan rechtsaf en gaan een bruggetje over, nog dieper het park in. Anne struikelt na de brug bijna over een boomwortel, die het asfalt gevaarlijk omhoog geduwd heeft. Het gaat gelukkig net goed.

Bij de Broederbroeksweg slaan we linksaf en gaan weer terug naar de Europa-allee. Dan rechtsaf, de Flevoweg in. Hier snijdt iedereen een stukje af en ook ik ga door het gras. Het is er modderig en ik glij bijna uit. Volgende rondje dus maar gewoon de buitenbocht nemen…

Het deelnemersveld is inmiddels aardig uit elkaar gerukt. Waar we de eerste meters nauwelijks snelheid konden maken door de drukte, zien we nu regelmatig een gaatje dat groot genoeg is om anderen in te halen. Het tempo zit er lekker in en ik verbaas me erover dat ik Marleen nog steeds bij kan houden. Tijdens de trainingen met de loopgroep heb ik gemerkt dat ze wel een stuk sneller is dan ik…

We worden tijdens het lopen niet alleen door omstanders aangemoedigd, maar ook door het geluid van carbid. In Kampen is carbidschieten rond de jaarwisseling een echte traditie en ook vandaag wordt er lustig op los geknald. Gelukkig niet heel dichtbij, zodat we geen last hebben van rondvliegende deksels of ballen.

Als we de Korteweg inslaan, ziet Marleen nog net een gaatje om weer in te halen, maar ik kom het groepje lopers niet meer voorbij. Ik laat Marleen gaan en loop mijn eigen tempo. En dat tempo zakt langzaam maar zeker. Ik begin last van mijn schouder te krijgen… Ik probeer er niet op te letten en kijk om me heen. Het park van Kampen is mooi en al lopend probeer ik van de omgeving te genieten en tegelijkertijd speur ik naar bekenden.

We maken een slinger naar links, voordat we rechtsaf slaan om evenwijdig aan de Ebbingestraat door het park terug te keren naar start/finish. Als ik langs de tijdklok op de finishlijn loop, tover ik een lach op mijn gezicht. Het staat hier vol met mensen langs de kant van de weg. “Ja meisje, lach maar. Jij loopt hier lekker het jaar uit in deze mooie stad!” De speaker heeft mijn lach blijkbaar gezien, want er loopt verder geen enkel meisje of vrouw bij mij in de buurt. ‘Meisje, wat leuk’, denk ik en mijn lach wordt nog groter.

Iets verderop krijg ik een bekertje water aangereikt, maar daar heb ik nog geen behoefte aan. Ik twijfel even of ik zal stoppen, maar één rondje vind ik toch wel erg weinig. Ik besluit het zeurende gevoel in mijn schouder te negeren en gewoon door te lopen. Het tweede rondje gaat vast makkelijker, omdat ik nu precies weet hoe de route loopt…

Vergezeld door het geknal van vuurwerk loop ik weer over de Kennedylaan en Europa-allee. Bij de wegversmalling is het nu minder dringen geblazen. Door het snelheidsverschil van de lopers is het veld aardig uit elkaar getrokken en de eerste lopers zij er na één ronde al mee gestopt. Als ik het bruggetje over ben, let ik goed op waar ik mijn voeten neerzet. Ik weet nu dat er een boomwortel is… Dan zie ik een bekende fotograaf staan. Ik groet hem en zijn fotocamera klikt er lustig op los.

Ik krijg het steeds zwaarder – mijn arm wordt steeds zwaarder – en mijn tempo zakt verder. Dan hoor ik mijn naam. Anne en Marleen lopen inmiddels een stuk voor mij. Vanaf de Buitensingel hebben ze goed zicht op de Korteweg, waar ik loop. Ik zwaai naar ze en probeer mijn tempo weer iets op te schroeven.

Waar ik de eerste kilometer na de start nog verschillende mensen ingehaald heb, word ik nu regelmatig door andere lopers ingehaald. Niet dat ik nu langzaam loop, want ik loop toch zo’n 10 kilometer per uur…

Ik ben blij als ik weer langs de Ebbingestraat loop. Dat betekent dat ik er bijna ben. Ik weet nu zeker dat ik er geen derde rondje aan vast plak, hoewel ik dat voor de start wel van plan was. Maar het gaat vandaag gewoon niet. Ik heb teveel last van mijn schouder. En ach, ik ken het rondje nu ook wel. Het is niet zo dat ik nog nooit in dit gebied geweest ben…

Als ik start/finish passeer, hoor ik mijn naam. José, die ik ken via het werk, staat langs de kant. Ik loop een paar meter uit en ga dan naar José toe voor een praatje. Dan pas denk ik eraan om mijn horloge te stoppen. Ik heb er 6 kilometer op zitten, in iets minder dan 35 minuten. Hoeveel minder weet ik niet… Ach, dat maakt ook niet uit.

Ik blijf even praten en loop dan de sporthal in om mijn spullen te pakken en iets warms aan te trekken. En om mijn herinnering op te halen: een beker! Als ik weer buiten ben, ben ik precies op tijd om de burgemeester binnen te zien komen. Ik zet hem op de foto en kijk of ik Anne en Marleen langs zie komen.

/home/wpcom/public_html/wp-content/blogs.dir/c1f/61782845/files/2015/01/img_0258.jpg

Marleen komt langs en roept dat ze nog één rondje doet. Anne is inmiddels al langs geweest en zoekt nu zijn warme kleding op in de sporthal. Als ruim tien minuten later Marleen weer langs komt, is het tijd om naar huis te gaan.
Het was een leuke loop. Jammer dat mijn schouder mij vandaag in de steek liet, maar ach, volgende keer beter!

Ik heb het jaar wel mooi hardlopend afgesloten. Dit jaar heb ik 530 kilometer gelopen. Dat zijn heel wat kilometertjes meer dan vorig jaar. Ik heb verschillende PR’s gebroken dit jaar en het belangrijkste: ik heb genoten van het lopen!

Advertenties