Ik ben er op tijd bij vandaag. Als ik op het plein arriveer voor mijn training, is er slechts één loper aanwezig. Maar langzaam maar zeker stroomt het plein vol. Op het plein worden de groepen ingedeeld. Sinds vorige week is groep 2 gesplitst, maar vandaag is er weer één groep 2, omdat een trainer ziek is.

Er staat een extensieve interval op het programma. Ik sluit me aan bij groep 3a. Ik verwacht een pittige training, en dan is groep 2 net iets te veel van het goede voor mijn schouder, vrees ik. Hans is onze trainer. In de maand dat ik nu meeloop met SLZ, heb ik al een aantal verschillende trainers gehad, maar Hans ken ik nog niet.

We starten rustig en bij de begraafplaats stoppen we. Hier wordt de eerste oefening uitgelegd. Op tempo de brug op, tot de eerste pilaar, en dan dribbelend terug. En dat drie keer. De eerste keer ben ik zo boven. Even oppassen als ik omkeer (er kunnen fietsers aankomen) en dan terrugdribbelen. Ook de tweede keer gaat lekker en de derde keer heb ik nog steeds genoeg energie om met een lekker vaartje omhoog te rennen.

Dan gaan we weer in een rustig tempo door. Hans heeft inmiddels een nieuw gezicht (dat van mij) gespot en ik vertel dat ik al een jaar of drie hardloop, maar sinds een maand met de groep loop.

We gaan met een slinger de brug af en bij de splitsing houden we weer halt. Opdracht twee. In een hoog tempo naar de zesde lantaarnpaal en dan dribbelend weer terug. En dat vijf keer. We moeten zorgen dat we op de terugweg snel weer op adem zijn. Hans waarschuwt ons dat dat de eerste, tweede en derde keer wel op tijd zal lukken, maar dat we bij de vierde en vijfde keer meer moeite zullen hebben. Maar dat is goed. Het is juist de bedoeling om uit onze comfortzone te komen, om zo op den duur sneller te worden.

Het gaat lekker. Ik weet mijn adem steeds snel weer onder controle te krijgen op de terugweg. Als we vijf keer gehad hebben, gaan we in rustig tempo weer verder. Naar de voetgangersbrug, dus dan weten we al wat ons daar staat te wachten…

En inderdaad. Bij de brug aangekomen krijgen we de opdracht om de trap op te lopen. Soepel lopen, tak-tak-tak-tak. Dan rustig naar de overkant van de brug en rustig de trap af. Dan een stukje lopen tot het eerste huis en weer omkeren. Op tempo naar de brug en weer snel de brug op en dan rustig naar de overkant, rustig naar beneden en rustig doorlopen tot het eerste huis. En dat vijf keer…

De trainer kijkt mij aan. “Dit is pittig. Als het niet lukt, dan neem je maar wat gas terug.” Ik zeg hem dat ik deze brug al vaker ‘overwonnen’ heb en ik ga op pad. Het gaat goed. In no-time ben ik boven en daar kan ik het alweer rustiger aan doen. Als ik op de terugweg de trap weer op loop, staat de trainer toe te kijken hoe alle lopers omhoog gaan. Hij roept ons na dat we soepel moeten lopen, voeten goed afwikkelen en benen optrekken… Ik let op mijn passen, en heb het idee dat dat soepele wel goed zit.

Als we de Frankhuizerbrug vijf keer bedwongen hebben, gaan we verder. In dribbelpas, om weer op adem te komen, tot we bij de kruising Gasthuisdijk -Katwolderweg zijn. Daar houden we weer halt, voor de volgende oefening. De trainer wijst op de muur van een bedrijf. Vijf lampen. We starten op duurlooptempo. Bij de eerste lamp versnellen we iets (20% sneller), bij de tweede lamp nog wat sneller (40%), en zo door, tot we bij de vijfde lamp op maximaal tempo rennen. Tot aan de lantaarnpaal en dan rustig weer terug dribbelen. En dat drie keer.

Ik begin enthousiast, versnel iets bij de eerste lamp en nog een keer bij de tweede. Maar ik vind het lastig om die lampen in de gaten te houden (rechts van mij) én op te letten waar ik loop. Ik probeer de afstand tussen de lampen goed in te schatten en blijf steeds iets versnellen. Bij de laatste lamp ga ik voluit. Heerlijk. Dan rustig terug en nog een keer versnellen. Ik heb nu wat beter in de gaten hoeveel ruimte er tussen de lampen zit.

Ok de derde serie gaat lekker. Als ik terug dribbel, komt de trainer op mij af lopen. Ik krijg de tip om op mijn houding te letten. Ik ga lekker snel, maar zak daarbij wat in elkaar. Lang maken, zodat ik ruimte heb om mijn benen hoog op te tillen en zo grotere passen te maken. Ok, ik had niet door dat ik in elkaar zak. Dat is dus het voordeel van een trainer: die ziet wat ik zelf niet zie.

We gaan weer verder, op duurlooptempo. Tot aan de verkeerslichten en dan stofzuigen. Daarna door tot de volgende verkeerslichten en als we aan de overkant van de weg zijn, houden we weer halt. De volgende oefening: treintje.

Dat zegt me niets, maar de trainer legt het uit. We dribbelen achter elkaar. De achterste loper haalt het hele rijtje in hoog tempo in en gaat, vooraan gekomen, in de remmen. Dan gaat wederom de achterste het hele rijtje voorbij… Omdat we een redelijk grote groep hebben, wordt de groep opgesplitst. Ik mag met de snelle mannen meelopen. Tijdens het inhalen probeer ik op mijn houding te letten.

We leggen een heel stuk af in het treintje. Een leuke oefening! Als we bij de verkeerslichten in de bocht komen, gaan we de andere groep ophalen. We hebben een aardige voorsprong genomen.

De rest van de route terug lopen we in ons eigen (duurloop)tempo. De trainer geeft steeds aan waar we moeten gaan stofzuigen. Het gaat lekker, ik loop met twee mannen aan kop. Dit tempo kan ik voor mijn gevoel nog wel lange tijd volhouden. Maar dat is niet nodig, want we zijn inmiddels weer in Westenholte. Ik vind het bijna jammer dat we er al zijn. Dit was een heerlijke training!

Als ik thuis ben, voel ik me moe, maar voldaan. Ik heb er ruim 10 kilometer op zitten.

Advertenties