Na de training van woensdag stond ik even met Dicky te praten, over SLZ, over de trainingen, over mijn blessure… En over de training op zaterdag. Volgens Dicky is het echt de moeite waard om op zaterdag eens mee te lopen. Lekker in het bos, afwisselende training met loopscholing en spelelementen… En ook voor mij, met een onwillige schouder, goed vol te houden.

Dus vandaag sta ik om half tien klaar op het plein, om met de groep naar het bos te gaan. Heerde staat vandaag op de kalender. Ik heb er zin in. Het is koud, maar droog. Het zonnetje doet haar best om de aarde op te warmen, maar heeft nog niet genoeg kracht.

Op de parkeerplaats in het bos worden de groepen verdeeld. Ik loop mee in groep 3. Groep 2 lijkt me iets te opportunistisch, aangezien ik niet gewend ben om in het bos te lopen. Trainster Stella neemt ons mee het bos in. We volgen de blauwe paaltjes.

De bospaden zijn modderig. Niet verrassend ook, want het heeft dit jaar volgens mij elke dag nog wel geregend. Op een enkele modderplas drijft een flinterdun laagje ijs. We proberen zo goed en zo kwaad als het gaat de modderplassen te ontwijken, maar ik ontkom niet aan natte voeten.

Na een kilometertje stoppen we voor een korte warming-up en loopscholing. Ik leer een boel nieuwe termen. We beginnen met trippling, het afrollen van de voorvoet. Daarna gaan we over op een halve skipping en vervolgens de hele skipping (het heffen van de benen). Daarna volgt nog een combinatie: starten met trippling, dan de skipping en eindigen met een sprint.

Dan is het tijd om weer verder te gaan. Het is heerlijk in het bos. Ik snuif de schone lucht op en geniet van de omgeving. Het zonnetje piept tussen de bomen door en probeert ons op te warmen. Dan volgt de volgende oefening: bij het eerste fluitsignaal lopen we hard. Bij het tweede fluitsignaal gaan we over op ons duurlooptempo en bij het derde fluitsignaal dribbelen we terug, om de achterblijvers op te halen. Dit herhalen we een aantal keer. We volgen de blauwe paaltjes, tot we bij de kruising met de rode paaltjes komen. Daar gaan we rechtsaf en volgen de rode route.

De groep schijnt precies te weten welke route de trainster bedoelt. Ik ken het hier niet, dus ik start in het midden van de groep, zodat ik de rest kan volgen. Al gauw loop ik echter vooraan. Ik ben blijkbaar toch een stuk sneller, misschien volgende keer toch in groep 2 meelopen… Gelukkig is het rode paaltje duidelijk zichtbaar.

Mijn snelheid ligt hier in het bos, met onregelmatige bodem en de vele modderplassen, een stuk lager dan op de weg. Maar wat is dit genieten. Genieten van de omgeving, genieten van de frisse lucht, genieten van het lopen, en genieten van de afwisselende training. Als we weer even halt houden voor de volgende oefening, horen we een vrolijk fluitje. “Dat is een boomklever”, weet Stella te vertellen.

We staan nu op een heuveltje. Hier gaan we een soort estafette doen. De groep wordt in drie kleine groepjes verdeeld. De ene groep staat onderaan de heuvel klaar. Groep twee en drie staan op de heuvel. Groep twee rent naar beneden en pas als de laatste loper van groep twee beneden is, mag groep één starten. Die rent omhoog en wordt daar afgelost door groep drie. Deze oefening houden we zes minuten vol. De laatste keer dat mijn groepje omhoog moet, loopt de trainster met ons mee. Al snel lopen we met z’n tweeën vooraan. Zij doet haar best om mij voor te blijven, maar ik pers er nog een versnelling uit en vlak voor de top weet ik haar in te halen. Als ook de laatste loper weer bovenaan is, gaan we verder in een rustig tempo.

De volgende oefening dient zich aan. We hebben zojuist een blokje gelopen, met de opdracht dat rondje te onthouden. We moeten tweetallen maken. Nummer één vertrekt in hoog tempo, terwijl nummer twee dribbelend de andere kant op gaat. Op het moment dat we elkaar passeren, wisselen we van tempo.

Aan het einde van de training gaan we nogmaals een interval doen. Een halve minuut op snelheid en dan een minuut dribbelen. We lopen nu op een breed zandpad, zonder modderplassen. Hier kunnen we echt snelheid maken. Drie keer versnellen we. Dan nog een stukje uitlopen en stretchen en de training zit er alweer op. Het was een heerlijke training. Anderhalf uur hebben we buiten gespeeld. Ik heb er ruim achtenhalve kilometer op zitten.

Advertenties