It’s matchday! De Nederlandse volleybaldames spelen vanmiddag de halve finale in het EK. Volleyballiefhebber die ik ben, wil ik de wedstrijd dolgraag zien. Maar dat gaat niet lukken. Ik heb namelijk zelf een wedstrijd: de OnderdijksRun. En die laat ik niet schieten. Vorig jaar heb ik de eerste editie van deze loop in de nieuwbouwwijk Het Onderdijks in Kampen al gemist door een blessure. Dit keer loop ik ‘m wél. Dan maar de start van de volleybalsters missen…

Het is heerlijk weer. Even twijfel ik of ik een t-shirt of hemdje aan zal trekken, maar dan realiseer me dat ik een OnderdijksRun-shirt besteld heb. Ik hoef dus helemaal niet na te denken over een shirt… Ik vertrek op tijd naar Kampen en meld me een uur voor de start bij de wedstrijdleiding. Ik neem mijn startnummer en t-shirt in intvangst en bereid me voor op de run: nog even naar de wc, startnummer op het shirt spelden, shirt aan…

G-loop

Ik ga naar het starvak, waar ik net de laatste loper van de G-run onder luid applaus zie binnen komen. Wat een mooi gezicht, zo trots als een pauw loopt de jongeman met beide armen in de lucht, aan beide flanken een begeleider, over de finishlijn. Hij ziet er nog trotser uit dan menig medaillewinnaar in een profwedstrijd…

Dan is het tijd. De 10 kilometer start een kwartiertje eerder dan de andere afstanden. De OnderdijksRun bestaat uit één, twee, drie, of vijf ronden van drie kilometer. Voor de 10 kilometer is er een extra lus van 1 kilometer aan toegevoegd en daarom start die afstand eerder dan de andere afstanden.

Normaal gesproken houd ik niet zo van meerdere malen hetzelfde rondje lopen. Daarom twijfelde ik bij de inschrijving ook tussen 6 en 10 kilometer. Ik weet niet meer precies waarom ik me uiteindelijk voor de 10 heb ingeschreven, misschien omdat dat een gangbare afstand is en de 6 niet… Maar goed, drie keer hetzelfde rondje dus…

Doelstelling

Ik heb mezelf van tevoren twee doelen gesteld: de 10 kilometer binnen 58 minuten lopen en de 5 kilometer binnen 28 minuten. Ik weet van mezelf dat ik het tweede deel altijd wat langzamer ben, daarom heb ik de eerste vijf kilometer wat scherper gesteld dan de tweede vijf. Nu is het zaak om niet te snel te starten, maar ook weer niet te langzaam.

Het is niet zo heel erg druk in het startvak en ik sta redelijk achteraan. Dat moet me beschermen tegen een te snelle start. Het startschot wordt niet gegeven met een pistool, maar met een koeienbel. Origineel!

Goed begin

Ik vertrek vol energie. Ik heb er zin in! De eerste bocht naar links is wat dringen geblazen, maar iedereen komt ongeschonden door de bocht. Dan slaan we rechtsaf en gaan een bruggetje over. We lopen een stukje langs een sloot en voor ik er erg in heb, loop ik weer over start/finish. Dat was de eerste kilometer al: 5.20 geeft mijn horloge aan. Dat is een goed begin!

De eerste ‘echte’ ronde gaat niet rechtsaf het bruggetje over, maar gaat rechtdoor. Aan het einde van de weg slaan we linksaf en een tiental meters verderop leidt een rood-wit lint de lopers over het grasveld. Voorzichtig loop ik het gras op. Nog even een greppeltje door en ik mag het gras weer verlaten. Gelukkig, dit gaat goed.


Het is warm. Ik ben blij dat ik een korte broek aan heb. Voor mij loopt iemand met een lange broek, een shirt met lange mouwen en ook nog eens een jack om haar middel geknoopt. Ik vraag me af hoe ze het volhoudt… Zou ze straks gaan smelten, onder al die lagen kleding?

De tweede kilometer gaat in 5.30 minuten. Ook nog volgens schema, maar veel langzamer moet ik nu niet gaan. Overal langs de route staan mensen te kijken en te klappen. Leuk is dat! We lopen in een lange slinger langs het water. Hoewel lang niet iedereen het OnderdijksRunshirt draagt, is de kleur van die slinger toch overwegend groen. Dat ziet er leuk uit.

Mijn horloge piept. De derde kilometer is nog net iets langzamer gegaan: 5.37 minuten. Nu moet ik oppassen dat ik niet te veel tijd verlies, anders ga ik over de 28 minuten heen. Inmiddels zijn de andere afstanden ook gestart. Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voordat de eerste loper van een van die andere afstanden mij in zal halen. Niet dat ik dat zal merken overigens…


Ik vind het lopen zwaar. Mijn benen lijken wel van lood en ik heb het warm. Heel warm. Dan geeft mijn horloge aan dat de vierde kilometer erop zit. Ik ben verbaasd, want ik ben nog niet bij start/finish. Door die verbazing vergeet ik helemaal te kijken hoe snel deze kilometer ging. Ach, maakt ook niet uit, gewoon tempo vasthouden…

Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Ik heb het warm, ik wil water… Ik kijk om me heen en zie allemaal vrolijke mensen langs de kant staan. Dat doet goed. En voordat ik er erg in heb, piept mijn horloge. Vijf kilometer. Binnen 28 minuten! Yes! Doelstelling gehaald! Nu op naar mijn volgende doel. Tien kilometer binnen 58 minuten, oftewel de komende vijf kilometer binnen 30 minuten. Moet te doen zijn, toch!

‘Nog even volhouden, dan komt er een waterpost’, houd ik mezelf voor. Ik ga alvast aan de linkerkant van de weg lopen, om het bekertje met water aan te pakken. Aan de rechterkant staat ook wel iemand met bekertjes, maar daar staat geen voorraad, dus de kans is groot dat er net even geen water aan die kant is als ik langs loop. Dat wil ik voorkomen, dus ik loop aan de kant waar de voorraad staat. Dan kan ik snel een bekertje aanpakken en blijven doorlopen, zij het iets langzamer…

Leermomentje

Zonder veel oponthoud pak ik een bekertje aan. Een doorzichtig plastic bekertje. Hard plastic. Shit, dit bekertje kan ik niet in een tuitje vouwen. Hoe moet ik nu drinken tijdens het lopen, zonder plotseling een grote klots water in mijn mond – of erger nog, mijn keel – te krijgen? Noodgedwongen stop ik even om een paar slokken water te nemen. Dan ga ik weer verder, terwijl ik wat water over mijn gezicht en in mijn nek gooi. Weer wat geleerd: neem geen harde plastic bekertjes aan tijdens het lopen, maar ga voor kartonnen bekertjes (of die slappe witte plastic bekertjes). Die kan je samenvouwen tot er een soort drinktuitje ontstaat. Bij die stevige plastic bekertjes lukt dat niet.

Na dit intermezzo ga ik snel verder. Ik hoop dat ik niet te veel tijd verloren heb, dat mijn doelstelling nog wel haalbaar is. Ik heb het nog steeds erg warm, maar toch kom ik redelijk snel weer in mijn ritme terecht. Mooi. Nu is het zaak om niet té snel te gaan, want ik moet nog wel even. En die zon die brandt goed. Het is warm, had ik dat al gezegd?


Ik word ingehaald door Jacqueline. Zij loopt de 15 kilometer en ik verwacht dat we ongeveer gelijk zullen finishen. Zij is zooo snel… Even probeer ik bij haar aan te haken, maar dat is natuurlijk onbegonnen werk. Aanhaken bij een loper die bijna altijd op het podium terecht komt, hoe bedenk ik het…
Vlak voordat ik de finishlijn weer passeer, hoor ik de speaker. “… komt als eerste van de 10 kilometer door. Wat nu? Hij denkt dat hij er al is! Je moet nog een ronde!” Oeps, niet slim…

Hongerrrr

Nog iets verder voel ik ineens alle kracht uit mijn lichaam weg trekken. Ik heb honger! Wat is dat nu weer? Dat heb ik nog nooit meegemaakt tijdens het hardlopen. Ik heb van tevoren goed gegeten, het is nog lang geen etenstijd, het is ‘maar’ tien kilometer… Waarom heb ik opeens honger? Ik probeer er niet aan te denken en loop door. Straks maar een bekertje sportdrank nemen, misschien dat die zoetigheid de honger wegneemt…

Dan komt daar de tafel met water. Dat is eigenlijk ook wel erg welkom, want ik heb het nog steeds warm. Ik sta klaar om een bekertje aan te nemen, maar de dame bij de tafel heeft mij niet in de gaten. Ik stop en pak met enige vertraging het bekertje aan. Heerlijk koel water! Ik neem twee slokken en gooi de rest van het water in mijn nek. Een tiental meters verderop staat de verversingspost met sportdrank. Ook hier pak ik een bekertje aan. Dit is wel een kartonnen bekertje, dus hier kan ik blijven lopen tijdens het drinken.

Nog even en dan ben ik er. Ik hoor de speaker al. Maar ik weet ook dat dit valse hoop kan geven. Ik moet namelijk nog een hele bocht maken voordat ik daadwerkelijk over de finish ga. Ik moet nog wel ruim een kilometer lopen… Met enige moeite sleep ik me door ie laatste kilometer. Als mijn horloge piept ten teken dat ik er tien kilometer op heb zitten, heb ik de finish nog niet eens in zicht! Ik vergeet te kijken op mijn horloge. Als ik dan toch kijk, geeft mijn klokje iets meer dan 58 minuten aan. Het zal er dus om spannen of ik mijn doelstelling gehaald heb…


De klok bij de finish geeft één uur en nog wat aan. Even baal ik, totdat ik me realiseer dat dat de bruto tijd is én dat ik daar ruim 300 meter meer gelopen heb dan de ‘afgesproken’ tien kilometer. Driehonderd meter. Dat is met mijn tempo toch wel twee minuten! Blij neem ik mijn medaille en een flesje water aan. Even blijf ik in het dranghek hangen om op adem te komen. Ik ben kapot! Dan loop ik door en pak een banaan. Heerlijk, daar was ik echt aan toe!


Uiteindelijk is de officiële tijd 59.44 minuten. Maar dat is dus wel de tijd van 10,33 kilometer. Mijn tijd op de 10 kilometer is volgens mijn horloge 57.50 minuten. Doelstelling gehaald dus!

Volleybal

Als ik weer wat op adem gekomen ben, pak ik mijn telefoon en zoek de NOS-uitzending van de volleybalwedstrijd op. De dames hebben zojuist de eerste set gewonnen. Ondertussen zie ik Jacqueline. Ze is eerste geworden op de 15 kilometer. Geen verrassing…

Ik besluit de prijsuitreiking van de verschillende afstanden af te wachten en ondertussen de volleybalwedstrijd een beetje te volgen. De man die bij de tien kilometer een ronde te vroeg stopte, blijkt een Spanjaard te zijn. Hoe hij in Kampen terecht gekomen is, weet ik niet. Maar hij is uiteindelijk derde geworden. De winst is aan zijn neus voorbij gegaan doordat hij te vroeg stopte. Sneu…

De volleybaldames stoppen gelukkig niet te vroeg. Ze winnen de halve finale met 3-0 van Turkije.  Als ikd e laatste set gezien heb, kan ik met een tevreden gevoel naar huis. Ik heb lekker gelopen, ook al had ik het zwaar en was het warm. De Nederlandse volleybaldames gaan naar de finale van het EK. Een mooie dag!

Advertenties