Het is inmiddels alweer een hele tijd geleden dat ik samen met mijn dochter gelopen heb. De volleybalcompetitie is weer begonnen, en alleen op een wedstrijdvrije zaterdag trekken we samen de hardloopschoenen aan.

“Niet te ver hoor”, fluistert mijn dochter me toe. Dat was ik ook niet van plan. Het gaat al weer wat beter met mijn middenrif, maar ik wil niets forceren. Het is heerlijk weer. Droog, niet te koud en weinig wind. Het fietspad ligt bezaaid met afgevallen blad en eikels. Een typische herfstdag.

We starten met een minuut heel rustig inlopen en daarna een minuut wandelen. “We gaan straks steeds twee minuten lopen en één minuut wandelen”, kondig ik aan. We lopen langs de ijsbaan. Het nieuwe onderkomen van de ijsvereniging schiet al aardig op. “Ik hoop dat we er dit jaar veel gebruik van kunnen maken”, zeg ik. Mijn dochter knikt bevestigend. Zij wil de komende winter ook wel schaatsen.

We lopen lekker. Voor we het weten, zijn de twee minuten alweer voorbij en kunnen we een minuut wandelen. Het lopen gaat me goed af. Ik voel mijn middenrif wel lichtjes, maar ik heb er niet echt last van. Houden zo… Mijn dochter heeft het wel zwaar. Ze kan het goed merken dat ze al een tijdje niet hardgelopen heeft.

Als de minuut wandelen weer voorbij is, zijn we net bovenaan een hellinkje gekomen. “Komt dat even goed uit”, lach ik naar mijn dochter, “heb je het zwaarste stuk gewoon kunnen wandelen…” Ze knikt, om eraan toe te voegen dat we elke keer zo uitkomen dat we wandelend omhoog kunnen. Dat betekent dus dat we hetzelfde tempo hebben als de andere keren dat we hier samen liepen.

Tijdens het derde blokje van twee minuten krijgt ze het erg moeilijk. Ik hoor haar hijgen, dus we laten het tempo iets zakken. Hoe moeilijk ze het ook heeft, ze houdt het wel vol! Het wandelblokje breiden we dit keer uit naar anderhalve minuut. Dan gaan we weer over op lopen. Na anderhalve minuut heeft dochterlief het weer zwaar. “Hoe lang nog? Ik kan niet meer”, fluistert ze me toe. Veel meer dan een fluistergeluid kan ze niet produceren. “Nog een halve minuut. Kom op, je kan het!”, roep ik haar enthousiast toe. Ze kijkt me vertwijfeld aan, maar blijft toch doorlopen.

Veldloop

Ik vind het knap dat ze zo volhoudt. Want ook nu maakt ze die twee minuten wel weer vol, ook al zou ze liever opgeven. Maar aan de andere kant ben ik ook wel verbaasd dat ze het zo moeilijk heeft. Twee weken geleden had ze op school de veldloop. Toen lukte het haar om tweeënhalve kilometer te lopen, zonder wandelmomenten. Waarom heeft ze nu dan moeite met vier keer twee minuten lopen, met wandelstukjes tussendoor?

Tuurlijk, dat heeft zeker te maken met prestatiedrang. We zijn nu bezig met een training. Dan hoeft het niet, terwijl de veldloop om een cijfer gaat. Mijn dochter wilde eindelijk eens géén onvoldoende halen op de veldloop. En dat is haar gelukt! Met glans! Ze liep de veldloop in 14 minuut nog wat. Goed, ze was “… helemaal dood”, na de finisch, werd licht in haar hoofd, misselijk en zakte volgens eigen zeggen bijna door haar benen, maar ze heeft het gered. Een mooie voldoende. Hebben de hardlooprondjes met haar moeder toch hun nut bewezen!

Zo ver gaan we in onze moeder-dochterrondjes zeker niet! Ik wil mijn dochter graag heel houden, dus we blijven rustig opbouwen. Na een minuutje wandelpauze gaan we weer over op twee minuten lopen. Dochterlief is weer aardig op adem gekomen tijdens de wandelpauze en haar praatjes komen ook weer terug.

Middenrif

We zijn inmiddels alweer bijna terug, tijd om het rustig af te bouwen. Na de twee minuten lopen en één minuut wandelen volgt er nu éénminuut heel rustig lopen en weer een minuut wandelen. Dan gaan we een half minuutje huppelen, om de spieren even helemaal anders te belasten. Inmiddels begin ik mijn kiddenrif wat meer te voelen. Wat dat betreft zal ik blij zijn als we weer thuis zijn, maar ik ben tevreden. Zo kan ik volgende week wel een wedstrijd lopen!

Als we thuis zijn, heeft dochterlief nauwelijks de kracht om de spieren nog even op te rekken. Ze ploft op de bank met een glas drinken en het mandarijntje dat ik voor haar klaar zet, gaat er dankbaar in. Als we de gegevens bekijken, kunnen we constateren dat we heel goed gelopen hebben. Dit rondje van 3,6 kilometer hebben we in 28.11 minuten afgelegd. Ruim anderhalve minuut sneller dan de laatste keer!

Advertenties