Vandaag staat er vrije training / spelvorm op de agenda. Ik loop mooi op tijd naar het startpunt, waar ik als eerste aankom. Al snel volgen de andere Loopsporters.

Het was vandaag heerlijk weer en ik heb net als gisteren gekozen voor een korte broek en t-shirt. Ik ben de enige; een aantal loopmaatjes heeft een korte broek en een shirt met lange mouwen aan, of een lange broek en een t-shirt, maar de meeste lopers zijn gekleed in een lange broek en een shirt met lange mouwen of een jasje. Ze kijken verbaasd naar mijn optimistische kledingkeuze, maar ik heb gisteren al gelopen en ik weet dat dit warm genoeg is.

De groepen worden ingedeeld en ik sluit me vandaag voor het eerst sinds lange tijd weer aan bij groep 2b. De laatste weken koos ik steeds voor 3a, om mezelf niet te forceren, maar ik voel me goed vandaag. Ik heb er zin in! Trainer Ben neemt ons mee voor een gevarieerde training.

Krachten sparen

Na een rustige start waar tijdens het lopen veel gepraat wordt over het trailweekend in Duitsland waar een aantal Loopsporters aan megedaan heeft, stoppen we aan de andere kant van de Spooldersluis. Ben wijst naar beneden. Op tempo de weg volgen, eerste weg rechts en doorlopen tot het tankstation. Daar omkeren en in rustig tempo terug. We vertrekken en ik heb al snel een lekker tempo te pakken. In het donker lopen we het pad af en slaan rechtsaf de Nilantsweg in. “Pfff, waar blijft dat tankstation?”, hoor ik achter me. “Daar is het!”, roept een ander loopmaatje opgelucht, maar daar is de voormalige dierenwinkel, niet het tankstation. “Wat een eind”, roept weer een ander. Maar ik vermaak me eigenlijk wel. Ik heb een lekker tempo te pakken, sneller dan het inlooptempo, maar niet zó snel dat ik het niet kan volhouden. Ik heb dan ook het geluk dat ik de buurt hier een beetje ken. Ik wist al dat het tankstation een aardig eindje weg was, dus dat ik mijn krachten moest sparen…

Bij het tankstation keren we om en lopen ineen rustig tempo weer terug tot het begin van de Nilantsweg. Daar worden we geroepen door de trainer: we mogen weer omkeren. We lopen verder en als we de bicht om zijn, wijst de trainer naar de lantaarnpalen langs de weg. We starten snel en bij de eerste lantaarnpaal gaan we over op dribbelen. De volgende lantaarnpaal versnellen we weer, om daarna weer te gaan dribbelen tot de volgende lantaarnpaal. Daar versnellen we weer, tot aan het viaduct. Dat laatste stuk is langer dan de andere stukken, waarschuwt Ben.

Ook nu gaat het lekker. Ik loop niet helemaal voorin, maar hoor wel bij de snelste helft van de groep. Ik passeer de eerste lantaarnpaal binnen no-time en ga over op dribbelen. Die lantaarnpalen staan dicht bij elkaar, want binnen de kortste keren mag ik weer versnellen, én weer vertragen… Alleen het laatste snelle stuk kost me wat meer moeite, maar dat was dan ook bijna twee keer zo lang als de andere stukken.

Het verschil tussen de snelste en de langzaamste is niet zo heel groot. Ik hoef hier dus niet te stofzuigen om de rest van de groep op te halen, gewoon wat treuzelen bij het viaduct tot iedereen er weer is en dan gaan we rustig verder. Nu kunnen we weer even praten, over trailrunnen, het weekend in Duitsland en over bakken. Een aantal loopmaatjes is erg goed in het bakken van de meest cratieve taarten, broden en andere baksels, zo blijkt uit hun facebookupdates.

Warm

Dan komen we weer op een recht stuk weg met lantaarnpalen. We mogen hetzelfde trucje herhalen: afwisselend versnellen en vertragen bij elke lantaarnpaal die we passeren. Ik heb het inmiddels goed warm gekregen en ben blij met mijn t-shirt en korte broek. De Loopsporters die een jasje aan hadden, hebben dat jasje inmiddels om hun middel geknoopt en de andere lopers klagen over de warmte. Nu moet ik wel even stofzuigen nadat ik de laatste lantaarnpaal bereikt heb.

We vervolgen onze weg in een rustig tempo. Bij het parkeerterrein van Leenbakker stoppen we. De groep wordt in vijf teams verdeeld en we gaan een estafette doen. Nummer één van elke groep vertrekt voor een rondje parkeerplaats. Als hij weer terug is, krijgt hij een ballon van de trainer. Die moet helemaal opgeblazen worden en pas als de ballon geknapt is, mag nummer twee vertrekken.

Feestje?

Hilariteit alom, want een ballon opblazen tot ‘ie knapt is wel eng… Toch gaan de eersten enthousiast van start en bij terugkomst krijgen ze een ballon. De lopers blazen, en blazen, en blazen, en blazen… De anderen houden de oren dicht, de blazers kijken gespannen, lopen rood aan, maar de ballonnen knappen niet! Sterke ballonnen blijkbaar. Dan worden de ballonnen maar met de voet tot knallen gebracht, zodat de nummers twee kunnen vertrekken. Ook nu knallen de ballonnen niet en worden de voeten gebruikt om de volgende lopers weg te sturen. Na elke geknapte ballon worden netjes alle ballonrestjes opgeraapt en in de prullenbak gegooid.

Als iedereen geweest is, gaan we weer verder. Dit was een leuke en vooral erg originele onderbreking van de training! Dan vervolgen we onze weg weer, richting startpunt. Onderaan de brug heeft Ben nog één verrassing voor ons: in eigen tempo (“Maar niet wandelen!”, voegt hij er snel aan toe…) de brug op en aan de andere kant naar beneden. Ook nu loop ik weer zo’n beetje in het midden van de groep en mag ik beneden aangekomen nog even stofzuigen.

Dan gaan we toch écht terug naar de start. Ik heb lekker gelopen. Blij dat ik weer in 2b liep en hier goed mee kon komen! Eenmaal thuis geeft mijn horloge 10,33 kilometer aan.

Advertenties