Het is woensdagochtend. Mijn standaard-koffieleut-ochtend. Maar mijn koffieleutjes laten me vandaag in de steek. Zij hebben het te druk met Sinterklaasvoorbereidingen… Ik moet me dus alleen vermaken deze ochtend.

Dat geeft me de tijd om uitgebreid de krant te lezen. Ik kijk naar buiten en zie een blauwe lucht en een bleek zonnetje. ‘Heerlijk weer om hard te lopen’, denk ik. Maar ik ga vanavond met de loopgroep, dus ik blijf binnen (afgezien van het korte fietstochtje naar de winkel en terug).

De krant is van A tot Z gelezen, de koffie in mijn uppie gedronken en de wasmachine heeft overuren gedraaid. Dan is het tijd voor de lunch, samen met mijn dochter die mooi op tijd uit school is. Na de lunch kijk ik weer naar buiten. Het is nog steeds heerlijk weer. ‘Ik heb zin in hardlopen’, denk ik. Maar die gedachte berg ik weer snel op, want ik ga vanavond…

Dan realiseer ik me dat het ook mooi weer is om gewoon buiten te lopen. Nou ja, gewoon… Van deur naar deur lopen, met een collectebus in mijn ene hand en pen en papier (om te noteren bij welk huis er niet open gedaan wordt, zodat ik daar later in de week nog een keer langs kan gaan) in de andere hand. En dus trek ik mijn jas en schoenen aan en ga op pad.


Na een uurtje ben ik alweer terug. Dit was een succesvolle ronde. Bij zo’n driekwart van de huizen werd er open gedaan en iedereen had ook wel wat over voor het MS fonds.


En dan is het eindelijk avond. Het is donker… Het miezert… En het is tijd om te lopen. Bah, ik loop veel liever overdag, als het licht is. En lopen in de miezerregen is ook al niet mijn favoriet. Even heb ik spijt dat ik vanochtend of vanmiddag niet ben gaan lopen, maar ja, ik ben niet voor niets lid van de loopgroep. Dus ik stap met reflecterend hesje en lampjes om mijn armen de deur uit en meld me bij de loopgroep.

En dan weer die twijfel: sluit ik me aan bij 3a of 2b?  Ik kies voor 2b, want dat kan ik! Ondanks mijn verkoudheid, mijn verstopte neus, kan ik best meekomen met 2b. Dat weet ik zeker. Ik loop achter trainster Roeleke aan en steek de straat over.  De groep slaat af naar rechts en ik volg. Oh, shit, een scheefliggende stoeptegel. Niet gezien in het donker…

Ik zak door mijn enkel en voel een pijnscheut. ‘Nee hè, niet weer!’, denk ik. “Niet weer hè”, roept een loopmaatje. Ik sta stil en beweeg mijn voet voorzichtig. Dat voelt niet goed. Ik probeer op adem te komen en gun mijn enkel wat tijd om te herstellen. Ik denk dat het meevalt, de enkel is een beetje gevoelig, maar ik kan er op steunen. Doorgaan met de training lijkt me echter niet verstandig, dus ik meld me af bij de trainster en loop naar huis.

Bij elke stap die ik zet, voelt mijn enkel soepeler. Ik durf het zelfs aan om een paar stukjes – voorzichtig – te dribbelen. ‘Gelukkig, het valt mee’, denk ik, maar eenmaal thuis wordt mijn enkel toch wel erg gevoelig.

Verbaasd word ik aangekeken als ik amper een kwartier na het begin van de training alweer thuis ben. “Is het weer zo ver?”, vraagt mijn man. “Ik denk dat je voortaan maar niet meer in het donker moet lopen”, vervolgt hij, “want je ziet de oneffenheden niet.” Ik geef hem gelijk. Mijn enkelbanden kunnen een onverwachte oneffenheid blijkbaar echt niet opvangen, dus is het belangrijk dat ik goed kan zien waar ik mijn voeten neerzet. En dat is een probleempje in het donker…

Voorlopig dus niet hardlopen met de groep. Sowieso eerst mijn enkel goed laten herstellen, maar ook daarna kies ik mijn loopmomenten alleen nog maar bij daglicht uit! Had ik nu toch maar vanochtend of vanmiddag gelopen, denk ik teleurgesteld. Maar ja…

Advertenties