Het is maandag, fietsdag. Maar vandaag ga ik toch rechtstreeks van mijn werk naar huis. Ten minste, dat dacht ik de hele dag. Het is erg buiig en fietsen in de regen vind ik nog erger dan hardlopen in de regen. Bovendien is het vakantie, dus hebben mijn dochters vandaag geen training en kunnen we een keer op tijd eten.

Maar op het moment dat ik op het punt sta om naar huis te gaan, krijg ik een appje: er is toch training, want officieel is het nog geen vakantie. Ik ga twijfelen. Zal ik dan toch maar een ommetje maken? Het is nu droog en ik heb tijd. Snel bedenk ik welke route ik ga nemen en ik ga op weg. Niet zo’n lange tocht als drie weken geleden, maar wel ongeveer die route.

Ik zet koers richting de Aa-landen en met een klein tripje door Park de Hogenkamp bereik ik het winkelcentrum. Ik fiets door richting sportpark Het Hoge Laar en zie een televisiewagen van RTV Oost bij het hockeyveld staan. Ze zijn aan het oefenen voor Koningsdag, lees ik later.

Het is nog steeds droog, maar in de verte zie ik donkere wolken. Ik besluit ze te negeren. Ik fiets de Mastenbroekerbrug op en aan de overkant van het Zwarte Water maak ik een mooie lus om op de Hasselterdijk te komen. Ik fiets langs het Zwarte Water en de Stadskolk en ik speur de waterkant af, op zoek naar kievitsbloemen. Want die groeien langs het Zwarte water, weet ik inmiddels uit ervaring. Maar óf ze groeien niet zo dicht bij de stad, óf ik fiets te hard (of te ver van de waterkant af) om ze te kunnen zien. Jammer…

Ook jammer dat het nu begint te druppelen. Ik sla af naar de Ruimzichtweg. Voorlopig regent het nog niet hard, gelukkig, maar het is goed donker in de verte. Ik sla af naar de Milligersteeg. De druppels worden nu toch wat groter en als ik naar rechts kijk, zie ik een donkere muur. In de verte hagelt het inmiddels, maar ik rij aan de goede kant van die muur. Links zie ik nog lichte lucht.


Het is inmiddels opgehouden met zachtjes regenen en ik besluit de laatste lus richting ‘s-Heerenbroek niet te maken. Ik kies nu de snelste weg terug, want ik ben inmiddels nat genoeg geregend. Mijn jas houdt het hemelwater niet meer tegen en ik voel mijn armen nat worden. Gelukkig ga ik naar huis; daar kan ik droge kleren aantrekken.

Als ik thuis kom, heb ik er 13,33 kilometer op zitten. Het is me vandaag niet gelukt om tussen de buien door te fietsen, maar ik heb wel de hagelbui ontweken. Ik ben blij dat ik toch een tochtje gemaakt heb, ook al ben ik nu tot op de draad nat, want zoals Herman Finkers zou zeggen: “Geeft niets, droogt wel weer op!”

Advertenties