Tags

, , , ,


Het stond al even op mijn activiteitenlijstje: op de elliptiGO naar mijn moeder rijden, van Zwolle naar Zevenaar. Een tocht van zo’n 80 kilometer. Het plan was om er een mooie recreatieve tocht van te maken en er een gezellig weekendje bij mijn moeder aan vast te knopen. En terug? Met de trein, of met de auto, opgehaald door mijn man. In ieder geval niet op de GO terug naar huis!

Het plan ligt er al even, maar is tot nu toe nog niet uitgevoerd. Ik zie er stiekem wel een beetje tegenop. Want 80 kilometer… Dat is wel héél ver! En ik moet ook nog logeerspullen meenemen. Op mijn rug, want een bagagedrager heeft deze elliptische fiets niet…

Maar vandaag is dan dé dag: de wind staat goed, het is droog (maar wel koud) en ik heb een vrij weekend. Dus de afspraak met mijn moeder staat, de spullen zijn gepakt, de route is uitgestippeld in Google Maps en om 9.30 uur vertrek ik, met enorme rugtas, op mijn elliptiGO. Naar Zevenaar.

Navigatie

Volgens Google Maps kan ik uit drie routes kiezen: over de dijk via Deventer, over de Veluwe via Apeldoorn en Eerbeek, of over de Veluwe via Apeldoorn en Velp. Het stukje dijk van Zwolle naar Deventer heb ik al eens gefietst, dus ik kies voor de Veluwe-route via Eerbeek. Ik stel de navigatie in op mijn telefoon en stop de mobiel in het stuurtasje. Alles is klaar om te gaan, dus ik stap op en vertrek. Het is koud en ik ben blij met mijn sportieve handschoenen. Ik rijd rustig richting Spoolde. Het gaat goed en ik moet opletten dat ik niet te snel ga; ik moet het ten slotte wel ruim 80 kilometer volhouden.

Bij de Katerveerdijk kijk ik verbaasd op mijn telefoon. Ik zou hier rechtsaf moeten, de brug over richting Hattem, maar Google Maps stuurt me rechtdoor naar het Engelse Werk. Ik vermoed dat ik per ongeluk op de andere route getikt heb toen ik mijn telefoon in het hoesje deed, maar ik heb geen zin om die fout nu te herstellen. Dan zou ik mijn handschoenen uit moeten doen, de telefoon weer uit het hoesje peuteren, nieuwe route opzoeken… En ik ben net lekker op weg. Ik besluit dus om gewoon de route van Maps te volgen, over de dijk, via Deventer. Het is wel een mooie route, en toch een paar kilometer korter dan de route over de Veluwe…

Op de dijk zo ongeveer ter hoogte van Herxen stop ik even voor en foto en wat water. Ik zie dat ik een appje heb gekregen van het thuisfront: “Ik dacht dat je over de Veluwe zou gaan?” Tja… plannen zijn er om van af te wijken… Ik heb het inmiddels niet meer koud, maar om dat zo te houden, ga ik snel weer verder op mijn Go.

Iets voor Wijhe moet ik de dijk verlaten: het fietspad gaat onder de dijk verder. Er staat een bord met wegafsluiting, naar de zijkant van het fietspad geschoven. Ik ga ervan uit dat de wegafsluiting opgeheven is, maar dat het hek nog opgehaald moet worden. Dat was een foutje, zo ontdek ik niet veel later…

Daak

Het fietspad ligt vol met troep, achtergebleven na het hoge water van de afgelopen weken. Daak heet dat, weet ik sinds kort. Takken, riet en modder maken het go’en een stuk lastiger. Iets verderop zie ik een groot stuk ijs op het pad. Daar overheen rijden lijkt me geen goed idee; ik heb geen zin om onderuit te gaan. Ik stap dus af en met de Go aan mijn hand vervolg ik mijn weg. Dat is ten minste de bedoeling, maar de plas met het laagje ijs erop is dieper dan ik dacht en mijn voeten zakken door het ijs. Natte voeten, bah. En koud… Na de ijzige plas stap ik weer op mijn Go, maar niet voor lang. Iets verderop ligt een grote modderplas, waar ik een mezelf vastrijd. Ik stap wederom af en mijn natte schoenen worden nu ook bruin van de modder. Ik sta even vertwijfeld stil.

Wat is verstandig? Omkeren, of verder gaan? Ik besluit verder te gaan, ik ben toch al nat en modderig. Met de Go aan de hand vervolg ik mijn weg, door modder, takken en andere troep. Na een tijdje zitten zowel ik als mijn Go onder de modder. Zo erg zelfs, dat de wielen van mijn Go twee keer zo breed zijn als normaal. Sommige stukken fietspad zijn zo erg ondergelopen, dat ik ervoor kies om langs het fietspad door het gras te lopen. Dat gras is – natuurlijk – erg drassig en mijn voeten zakken weg in de bodem… Gelukkig zie ik dat het einde nadert van de troep op het fietspad.

Ik stop en zet de Go aan de kant van de weg. Nu opstappen en verder rijden heeft geen zin. Er zit zoveel modder op mijn wielen, dat de Go aanloopt. En de remblokjes zijn niet meer zichtbaar, dus ik vermoed dat remmen niet zal lukken. Eerst schoonmaken dus. Maar hoe? Ik heb een klein microvezeldoekje bij me, maar dat is bij lange na niet toereikend om mijn Go schoon te krijgen…

Poetsen

Ik besluit mijn handschoenen op te offeren. Het is inmiddels al redelijk opgewarmd en ik zat er toch al aan te denken om de handschoenen uit te doen. Met de handschoenen veeg ik de meeste modder van de wielen en het chassis af. Ik maak gebruik van de aangespoelde takken om wat modderresten weg te peuteren tussen de remblokjes en bij de ketting. Het microvezeldoekje gebruik ik vervolgens om de laatste resten modder zo goed en zo kwaad als het gaat weg te vegen. Ik bedenk me dat ik eigenlijk een foto had moeten maken van die onbegaanbare weg, maar dat had ik eerder moeten bedenken. Nu ga ik de telefoon niet uit z’n hoesje halen, daar zijn mijn handen veel te modderig voor… Maar ik kan weer verder! Omhoog, de dijk op! Hier staat het hek met de geslotenverklaring overigens wél gewoon op het fietspad…

Nog iets verderop zakt de moed me even in de schoenen. Na een kleine slinger gaat het fietspad toch weer naar beneden, onder de dijk langs. En daar ligt weer daak! Maar gelukkig zie ik een uitweg. Als ik de N337 oversteek, kan ik over een schoon en droog fietspad verder richting Wijhe. Ik ga nu dwars door Wijhe, in plaats van erlangs, maar dat maakt niet uit. Ik sta ten minste weer op de Go!

Ik passeer dorpjes met mooie namen: Boerhaar, Buur, Den Nul, Olst… Als ik Deventer nader, is het al bijna lunchtijd. Ik ga op zoek naar een plek om te eten, maar zie zo snel niets. Een behulpzame Deventenaar denkt met me mee: een eetgelegenheid, maar niet te chic, want ik ben nogal modderig… Hij wijst me de weg naar een snackbar. Die blijkt nog een aardig eindje weg te zijn en ik beland in een winkelcentrum in Borgele. Ze hebben er patat, frikandel en… Koffie! Mijn eerste bakkie troost van vandaag!

Goud

Ik ga even naar de wc om de ergste modder van mijn handen (en gezicht) te wassen en als ik terug kom, is mijn patatje klaar. Ik neem plaats op een stoel (wat heerlijk om even te kunnen zitten…) met uitzicht op een groot tv-scherm. En laat daar nu net schaatsen op te zien zijn: de Olympische Spelen, 5000 meter vrouwen, met Esmee Visser en Anouk van der Weijden. Ik ben er precies op tijd om Anouk een goede race te zien rijden, en om Esmee een gouden medaille te zien winnen!

Ik app wat met het thuisfront en laat mijn moeder weten waar ik ben. Ik ben twee uur en drie kwartier onderweg en heb er zo’n 39 kilometer op zitten. Nog niet helemaal op de helft dus, maar het ergste heb ik gehad denk ik. Dat stukje onderdijks bij Wijhe heeft me aardig wat tijd gekost.

Ik voel me goed uitgerust als ik weer op pad ga. Het is even zoeken waar ik heen moet om mijn route weer op te pakken, maar dan ga ik weer verder, op weg naar Wilp. Het gaat lekker en binnen de kortste keren ben ik 20 kilometer verder. Nou ja… kortste keren… een uurtje later ben ik 20 kilometer verder. Maar voor mijn gevoel ging het heel snel! In dat uur heb ik de dorpjes Bussloo, Gietelo, Voorst, Empe, Voorstonden en Oeke aangedaan.

Bij Rhienderen maak ik een tussenstop. Wat water, wat worteltjes en ik kan er weer tegenaan. Als ik vervolgens Brummen achter me laat, komt de IJssel weer in beeld. Dat vind ik toch wel het mooist: go’en langs het water (of in het bos, of tussen de weilanden door, in ieder geval niet door de bebouwde kom…).

Een roofvogel vliegt op uit een boom. Ik volg het dier richting volgende boom. Daar raak ik het kwijt. Even later hoor ik een enorm lawaai: drie enorme helikopters vliegen laag over.

Het is mooi hier. De IJssel meandert door het landschap en ik zie verschillende plassen en rivierarmen. Ik minder vaart om te genieten van het uitzicht. Even een fotootje maken en mijn moeder laten weten waar ik ben. Dan stap ik weer op de Go. Ik heb er ruim 72 kilometer op zitten als ik de IJssel oversteek en Doesburg in rijd. De stad van de mosterd, maar het mosterdmuseum laat ik – letterlijk – links liggen. Ik kom in de buurt van mijn einddoel! Ik steek de Oude IJssel over en rijd Beinum in, en weer uit.

Ik merk nu wel dat ik al meer dan 75 kilometer in de benen heb: ze worden zwaar van het lange staan. Het is nu nog één lange weg naar Zevenaar. Ik wil versnellen, zodat ik er eerder ben, maar mijn benen willen niet. Ze zijn moe en ik accepteer dat ik niet zo snel kan gaan als ik zou willen. Ik weet inmiddels precies waar ik ben en mijn telefoon is bijna leeg. Ik heb wel een powerbank bij me, maar ik heb geen zin om te stoppen en de powerbank aan te sluiten op mijn smartphone. Ik kan de weg nu wel vinden zonder navigatie, dus ik sluit Google Maps af en zet de telefoon in de accubespaarstand.

Ik kijk om me heen en raak even in verwarring. Rechts voor mij, in de verte, zie ik een grote schoorsteen. De vuilverbranding van Duiven. Maar links van mij zie ik in de verte een grote heuvel de voormalige vuilstort IJsseloord, bij Westervoort, denk ik. Maar dat kan niet. Waar ben ik dan, als ik de vuilstort links heb en de vuilverbranding rechts? Ik twijfel even en kijk om me heen. Ik herken de weg, ik ben ter hoogte van Zweekhorst. Nog even ik moet de A12 zien, waar ik onderdoor ga vlak voordat ik Zevenaar in rijd. Maar die A12 komt maar niet in zicht. Ben ik dan toch ergens anders? Dat kan toch niet? Ik rijd gewoon verder en kijk nog eens goed om me heen. Dan zie ik dat die grote heuvel geen heuvel is, maar een enorme schuur. Aha, dat is die schuur langs de A12, bij de afrit bij Zevenaar! Ik ben dus gewoon waar ik al dacht dat ik was!

Skatepark

Ik word ingehaald door een stelletje op de fiets, met een groot skateboard in de hand. Ze minderen vaart en komen naast me rijden. “Wat een cool ding is dat”, roept de jongen. “Is dat moeilijk? En hoe snel ga je ermee?” Ik glimlach. “Ja hè, best cool”, antwoord ik. “Het is in het begin wel even wennen, maar moeilijk is het niet. En normaal gesproken ga ik hierop wel sneller dan op een gewone fiets, maar nu niet meer. Ik heb er al bijna 80 kilometer op zitten en ben best wel moe”, ga ik verder. Ze bestuderen de Go nog eens goed en gaan er dan vandoor. “We gaan naar het skatepark”, vertellen ze. Ik wist niet eens dat Zevenaar een skatepark heeft. Maar misschien zijn ze wel op weg naar Didam, bedenk ik me later…

Vlak voor Zevenaar stop ik om een foto te maken van het bord bebouwde kom. Ik heb het gehaald! Nog maar een minuut of tien en ik ben er! Dan kan ik douchen. En rusten. En eten. Ik merk dat ik best wel trek heb en besluit om een paar happen van mijn Snelle Jelle te nemen. Ik app mijn moeder dat ik er nu echt bijna aan kom en stuur een foto van het bord Zevenaar naar het thuisfront.

De laatste twee kilometer vergeet ik bijna dat ik moe ben. Ik ga weer iets sneller dan de paar kilometers ervoor en ik voel me blij. En trots. Dit heb ik toch maar even mooi gedaan. Mijn moeder wacht me al op bij de poort en neemt de rugtas van mij over. Ik zet de Go in de schuur. Morgen maak ik ‘m wel schoon, nu ben ik moe.

Voordat ik naar binnen stap, doe ik mijn schoenen uit en bekijk mijn sokken. Dat valt mee; ik had verwacht dat ze nat en helemaal bruin van de modder zouden zijn, maar ze zijn hooguit een beetje vochtig. En met de modder valt het ook wel mee; mijn broek is modderiger. Mijn moeder legt een handdoek op de bank en ik plof neer, met een groot glas fris in mijn handen. Even bijkomen voordat ik onder de douche stap.

Terwijl ik douche, gooit mijn moeder alle modderige spullen in de wasmachine en als ik klaar ben met douchen, maakt ze mijn schoenen schoon. Onbetaalbaar! En als grote verrassing heeft ze ook nog eens een kleine rijsttafel voor me klaargemaakt. Heerlijk!

Dit was een mooie rit. Zwaar, vooral door de rugzak, maar mooi! Of ik deze tocht nog een keer zal maken? De eerstkomende maand niet, maar over een tijdje misschien wel. Dan ga ik in de herkansing voor de route over de Veluwe…

De volgende dag gaan mijn moeder en ik gezamenlijk aan de slag met een emmer water, een spons en een schoonmaakdoekje. De Go moet gepoetst worden. De modder zit werkelijk overal en we kunnen niet alle vieze plekjes bereiken. Er moet zelfs een tandenborstel aan te pas komen om alles moddervrij te krijgen.

Na een grondige poetsbeurt is mijn Go weer toonbaar.

Advertenties